Poen & Pegels update: Wat kost een Ajax-trainer?
Eerder ging het uitgebreid over de financiële logica achter de keuze voor een nieuwe hoofdtrainer, nu een actualisatie.
De naam die twee maanden geleden het hardst rondging, Dick Schreuder, lijkt inmiddels van de baan. Schreuder zegt zelf niet aan Ajax te denken. De geruchten zijn verstomd.
Wat overblijft is een patroon dat Ajax-volgers inmiddels kennen: een naam die opbloeit na een slechte wedstrijd, wekenlang rondzingt, en verdwijnt zonder dat er iets besloten is.
Intussen wijzen de concrete signalen richting Spanje. Eder Sarabia, Iñigo Pérez en Michel worden het vaakst genoemd. De eerste twee passen in het “goedkopere” segment (ruwweg één tot twee miljoen euro per jaar, Michel iets daarboven) en alle drie zijn relatief onbekend bij het grote publiek.
De vraag is of Ajax uitkomt in het segment waar ze historisch het vaakst uitkomen of dat ze een stapje omhoog gaan. Hier schreef Ajax Financials al eerder over:
Dit artikel hoort bij Poen & Pegels podcast, een onderdeel van de Pantelic Podcast. De aflevering is te luisteren via Spotify en te bekijken op het YouTube-kanaal van FC Afkicken. In de podcast bespreken we de grote lijnen en hier vind je de cijfers, rekenvoorbeelden en verdieping.
Wat Ajax uitgeeft, en wat de concurrentie doet
Het helpt om die bedragen even in perspectief te zetten. Peter Bosz verdient bij PSV tussen de twee en tweeënhalf miljoen per jaar; zijn nieuwe contract vanaf volgend seizoen gaat richting drie miljoen. Het zal hem mogelijk de bestbetaalde trainer ooit in de Eredivisie maken, vergelijkbaar met Erik ten Hag.
Robin van Persie zit bij Feyenoord op één tot anderhalf miljoen. De rest van de Eredivisie zit waarschijnlijk daaronder.
Ajax betaalt normaal gesproken dus ruwweg vergelijkbaar met de Nederlandse top, maar structureel onder het Europese middensegment waar de club op basis van omvang en ambities eigenlijk thuishoort.
Francesco Farioli vertrok naar FC Porto, waar hij meer verdient dan hij bij Ajax deed. Een salaris dat níét onbetaalbaar zou zijn in Amsterdam. Dat zegt iets.
De paradox van de trainersmarkt
Een trainer is waarschijnlijk de meest bepalende persoon in een voetbalorganisatie. Hij bepaalt het systeem, de ontwikkeling van spelers, de transferwaarde van de selectie, de aantrekkingskracht op nieuwe spelers en de sfeer in de kleedkamer. En toch is hij structureel de goedkoopste schakel in verhouding tot zijn impact.
Dat heeft een logica:
Trainers hebben geen doorverkoopwaarde en het wordt gezien als een pure kostenpost.
Hun impact is indirect en vertraagd zichtbaar.
En het ontslagrisico is hoog: een coach die na acht slechte weken vertrekt, laat een duur contract achter zonder dat er een transfersom tegenover staat.
Clubs worden daardoor van nature voorzichtig. Hoe groter de impact van een rol, hoe conservatiever de markt erop reageert.
Maar die voorzichtigheid heeft een keerzijde. Ajax heeft de afgelopen jaren laten zien wat er gebeurt als je de verkeerde trainer kiest: prestatieverval, waardedaling van spelers, extra aankopen om gaten te dichten, en uiteindelijk een ontslagvergoeding die de beoogde besparing volledig tenietdoet.
De goedkope oplossing bleek de duurste.
Het Europese vraagstuk
Voordat je überhaupt over budget en profiel praat, is er een voorliggende vraag die de hele discussie kleurt: speelt Ajax volgend seizoen Europees voetbal?
Dat is op dit moment nog onzeker. En die onzekerheid is niet alleen financieel relevant. Het raakt direct aan de aantrekkelijkheid van het project voor een trainer van niveau.
Een coach die keuze heeft, en dat hebben de profielen die Ajax zou moeten willen vrijwel altijd, weegt mee of hij wekelijks Europees speelt. Niet vanwege prestige alleen, maar omdat Europa de context is waarin trainers zich kunnen meten, doorgroeien en zichtbaar worden voor nog grotere clubs.
Geen Europees voetbal maakt Ajax een stuk minder aantrekkelijk als volgende stap. Het verkleint de vijver van kandidaten die serieus interesse hebben, en verzwakt de onderhandelingspositie van de club.
Andersom geldt hetzelfde: als Ajax zich alsnog plaatst, verandert de dynamiek op de transfermarkt voor trainers merkbaar. Dat is misschien wel de belangrijkste variabele in de hele trainersvraag. En het staat los van het budget.
Fabregas als gedachte-experiment
Neem Cesc Fabregas. Hij wordt niet concreet gelinkt aan Ajax. Hij traint Como in de Serie A, wordt begeerd door Italiaanse topclubs en lijkt op weg naar de Champions League met die club.
Maar als type is hij precies het profiel dat interessant zou moeten zijn voor een club als Ajax.
Getraind bovenin een top-5-competitie (en gespeeld op het allerhoogste niveau). Tactisch onderlegd. Jong genoeg om te ontwikkelen, ervaren genoeg om autoriteit te hebben. Gewild door grotere clubs, wat betekent dat hij niet voor een Eredivisie-salaris te krijgen is, maar Ajax zit qua begroting wel ruim boven Como 1907.
Is dit niet precies het soort trainer is dat Ajax sportief en financieel verder kan brengen dan het huidige, lagere segment?
Het punt is niet dat Ajax Fabregas moet halen.
Het punt is dat dit type profiel als vertrekpunt zou moeten dienen, niet als eindpunt van een zoektocht die begint bij namen die binnen het bestaande budget passen. Creativiteit qua beloning is ook nog altijd een optie. Een trainer die een forse Champions League-bonus krijgt, is veel beter te verantwoorden dan een hele selectie die zo’n premie krijgt.
Begin bij het profiel, niet bij de naam
Ajax lijkt de zoektocht telkens te beginnen vanuit beschikbaarheid en kosten. Wie ken ik, wie past binnen wat we normaal uitgeven, wie is er vrij? Dat is begrijpelijk, maar het is ook een anker dat je naar beneden trekt. Je sluit kandidaten uit voordat je überhaupt hebt bepaald wat je zoekt.
Een scherpere aanpak zou zijn: begin bij het profiel. Welke speelstijl wil Ajax ontwikkelen? Welk type trainer past bij de selectie en mogelijkheden? Welke autoriteit is nodig richting kleedkamer en bestuur? En pas daarna: welke naam past in dat profiel, én wat kost dat?
Als die match er is en het budget moet iets omhoog, dan is dat een betere beslissing dan een perfecte kandidaat uitsluiten omdat hij buiten de impliciete norm valt.
Ajax heeft bewezen bereid te zijn om in bestuurlijke kwaliteit te investeren. Jordi Cruijff is de bestbetaalde directeur in de clubgeschiedenis. Die bereidheid zou ook voor de trainer mogen gelden, mits de overtuiging er is.
Wat de markt op dit moment biedt
Het moment is overigens niet ongunstig. Er zijn volgend seizoen opvallend veel coaches beschikbaar of beschikbaar komend: door ontslagen, aflopende contracten of clubs die wisselen. Meer aanbod betekent doorgaans lagere prijzen, ook in het middensegment. Ajax hoeft niet te overbieden om kwaliteit te halen.
Maar dan moet de club wel weten wat ze zoekt. Want een gunstige markt helpt alleen als je vooraf hebt bepaald wat je koopt.
Het februariartikel over de financiële structuur achter de trainerskeuze, inclusief een uitgebreide analyse van de stafkosten en de drie trainermodellen, staat hier.
Eerdere afleveringen en achtergronden:
#1 Hoe belangrijk zijn de extra miljoenen uit de Champions League?
#3 Of Kroes daadwerkelijk €200 miljoen euro aan kosten bespaarde






