Verdient Ajax de Conference League? Er is wel genoeg te verdienen
Waarom het financiële verschil tussen wel of geen Europees voetbal niet zit waar de meeste supporters denken
Er is onder Ajax-supporters weinig hoop om hoger dan vijfde te eindigen. En het sentiment daarover lijkt vrij eenstemmig. Laat die Conference League-play-offs maar.
Een seizoen om te vergeten, een nieuwe trainer die er nog niet is, een selectie die fundamenteel op de schop moet. En dan eind juli al voorrondes spelen? Liever vakantie, liever rust, liever een volle voorbereiding op een nieuw begin. Snel klaar met dit seizoen en zo’n troostprijs voor de Perenleague verdient de club niet eens.
Begrijpelijk gevoel. Sportief valt er ook wat voor te zeggen. Financieel niet.
In een eerder artikel beschreef ik in detail wat het scenario zonder Europees voetbal voor Ajax betekent: geen luxe-debat, maar een fundamenteel ander operationeel jaar.
De huidige Conference League-discussie loopt vaak vooruit op die uitkomst, maar slaat een stap over: wat houdt de Conference League (UECL) zelf eigenlijk financieel in, en waar ligt het echte kantelpunt?
Het misverstand over Europees geld
Bij “Europees geld” denkt iedereen automatisch aan UEFA-premies. Het huidige CL-jaar met €43 miljoen aan premies, de schamele paar miljoen die in een UECL-voorronde te halen valt. Daar zit het verschil tussen toernooien, zo gaat de redenering, en daar zit dus ook het verschil tussen wel of geen Europees voetbal.
Maar dat is niet waar het kantelpunt zit.
Europese inkomsten bestaan uit twee componenten: premies en recettes. Premies schalen mee met het niveau: CL veel, EL middel, UECL minder. Recettes doen iets heel anders: die schalen mee met het aantal Europese thuiswedstrijden.
Wat dat betekent: het verschil tussen EL en UECL zit voornamelijk in de premies. Het verschil tussen UECL en géén Europees voetbal zit in alles, en met name in de recettes die je dan in één klap kwijt bent.
Dat is een fundamenteel ander gesprek.
Wat UECL oplevert
Stel dat Ajax de play-offs wint, de drie voorrondes overleeft en de League Phase haalt. Het kwaliteitsniveau van de UECL is dusdanig dat een vervolg in de knock-out daarna realistisch is.
Premies. AZ haalde dit seizoen ruim €11 miljoen aan UECL-premies met een kwartfinale. Ajax zou puur op basis van de League Phase die orde van grootte moeten kunnen evenaren of overtreffen, want de Value Pillar (verdeeld op basis van de tienjarige clubranking en de mediamarktwaarde van het land) pakt voor Ajax fors hoger uit. Ajax start volgend seizoen op de 20e plek in die tienjarige ranking; AZ stond aan het begin van dit seizoen 51e.
Recettes. Door de voorrondes en de play-offs liggen er in een UECL-seizoen meer Europese wedstrijden dan in de CL of de EL. Per duel weliswaar lagere ticketinkomsten, maar over meer wedstrijden uitgesmeerd. De recette-opbrengst komt onder de streep in de buurt van de EL van 2024/25: zo’n €12,5 miljoen.
Totaal: ongeveer €25 miljoen aan Europese inkomsten.
De scenario’s naast elkaar
Champions League:
2025/26 (League Phase)
€43M premies + ~€10M recettes (inschatting) = ~€53M totaalCL 2022/23 (Groepsfase)
€45M premies + €9M recettes = ~€54M totaalEuropa League
2024/25 (3 voorrondes + League Phase + KO)
€20,7M premies + €12,5M recettes = ~€33M totaalUECL
2026/27 (3 voorrondes + League Phase + KO)
~€12-13M premies + ~€12,5M recettes = ~€25M totaalGéén Europa = €0
Bekijk de recettes. De CL laat meteen iets opvallends zien: zelfs in CL-jaren (met de grootste tegenstanders en het hoogste prestige) bleven de recettes onder de EL- en UECL-niveaus. Logisch, want CL heeft minder thuiswedstrijden (3 in het oude format, 4 in de league phase, maximaal 6 met voorrondes) dan een UECL-traject (7, inclusief voorrondes en tussenronde).
Recettes schalen dus mee met het aantal thuiswedstrijden, niet met het niveau. Premies schalen mee met het niveau, niet met het aantal duels. Dat is de fundamentele scheidslijn die in de huidige UECL-discussie continu door elkaar wordt gehaald.
En het maakt één ding glashelder: het structurele kantelpunt zit tussen “wél Europa” en “geen Europa”; niet tussen UECL en EL. Verlies je de play-offs, dan verdwijnt die hele recette-laag van €12,5 miljoen. Mét UECL blijft die intact, en zit het inkomstenverschil met EL grotendeels in premies die binnen de marges van de begroting opgevangen worden.
Wat supporters wel of niet gaan zien
Vertaald naar wat zichtbaar wordt voor supporters in de zomer:
Mét UECL (in plaats van EL): nauwelijks ander beeld dan met EL. De begroting voor 2026/27 wordt op EL-niveau opgesteld. In het halfjaarverslag per 31 december 2025 modelleert Ajax twee scenario’s: een base case met deelname aan de league phase van de Europa League en een downside scenario zonder Europees voetbal.
“In beide scenario’s zijn geen aanvullende maatregelen nodig om onze liquiditeit te waarborgen,” schrijft de club. Een UECL-uitkomst valt tussen die twee in, leunt sterk aan tegen de base case, en hoeft de plannen niet ingrijpend te wijzigen. Selectie wordt opgeschoond (dat moet sowieso), maar het transferbeleid wijkt niet wezenlijk af van wat in het EL-scenario al gepland stond.
Zonder Europees voetbal: een fundamenteel ander verhaal. Niet alleen €11-13 miljoen minder aan premies, maar €25 miljoen minder aan totale Europese inkomsten, inclusief die hele structurele recette-laag. Dat is het verhaal van het vorige artikel: transferwinst moet hoger (via mogelijk “gedwongen” verkopen), verkopen móét vóór kopen, ballast eruit desnoods voor lage sommen, jeugd doorschuiven omdat aankopen er niet in zitten.
Lees hier meer over hoe goed de wedstrijdinkomsten van Ajax zijn
Dat verschil zien supporters de hele zomer terug aan welke spelers wel en niet vertrekken, en aan welke posities ongedekt blijven tot diep in augustus.
Eén zin samengevat: het verschil tussen UECL halen en UECL missen is voor het transferbeleid veel groter dan het verschil tussen UECL en EL.
De indirecte laag
Naast de directe Europese inkomsten zit er een laag onder die in geen enkel scenario expliciet ingeprijsd staat.
Coëfficiëntenpunten bouwen door; niet alleen voor de nationale ranking, die bepaalt hoeveel Nederlandse Europese tickets er over twee seizoenen zijn, maar ook voor de individuele clubranking. Die clubranking voedt op zijn beurt de toekomstige value pillar. Een jaar zonder Europese punten doorbreekt die accumulatie precies in het seizoen waarin Ajax aan de wederopbouw begint, en dat raakt de inkomsten van seizoenen erna.
En er is de etalage. Het verdienmodel draait op het ontwikkelen en verzilveren van spelers. Donderdagavonden in Europa zijn de plek waar dat zichtbaar wordt voor scouts uit grotere competities. Een talent dat presteert tegen een Italiaanse middenmoter wordt anders gewogen dan datzelfde talent in een Eredivisie-uitwedstrijd op een natte donderdag.
Geen Europa betekent een gemist etalagejaar voor de volgende generatie. Moeilijk te isoleren in cijfers, maar voor een club die structureel afhankelijk is van transferwinst niet te verwaarlozen.
Conclusie
Sportief is de discussie over die play-offs legitiem. Een vroege voorronde-start, een transitieseizoen, een trainer die nog op te leiden is: er valt iets voor te zeggen om dit seizoen zo snel mogelijk te sluiten en maximale voorbereidingstijd te hebben.
Financieel is het glashelder, maar dan moet je het wel goed lezen. De vraag is niet “hoeveel premiegeld levert UECL minder op dan EL?”, want dat verschil is beperkt en wordt opgevangen door de begroting. De vraag is of die vier tot zeven Europese thuiswedstrijden er volgend seizoen wél of niet staan. Want recette is recette, of het nu UECL is of EL, en zonder Europa is recette nul.
UECL halen houdt die structurele recette-laag intact, houdt de coëfficiënten-accumulatie in stand, en houdt de Europese etalage open. UECL missen kost niet alleen die €25 miljoen; het tilt Ajax naar het downside scenario dat zich vertaalt in dwingende transferkeuzes die supporters de hele zomer terugzien.
Een play-off in het stadion van FC Volendam is niet bepaald de glamoureuze afsluiting waar deze club op had gehoopt. Het is daarentegen precies de juiste metafoor voor hoe ongemakkelijk dit seizoen is geworden. Maar financieel gezien is het allesbehalve optioneel.






