Hoe het transferbudget van Ajax voor deze zomer eruit gaat zien
Cruijff wil kampioen worden zonder extra middelen. Een uitleg in drie knoppen.
🎙 Dit artikel hoort bij de nieuwe Poen & Pegels-aflevering,
onderdeel van de Pantelic Podcast. 🎙
Liever luisteren of kijken? Je vindt de aflevering op Spotify of YouTube.
Liever lezen of nalezen? Je bent op de goede plek.
Direct naar het verdiepende artikel? Dat vind je hier.
Vroeger, als de kermis in het dorp was, ging ik bij familie langs om geld op te halen. Een tientje hier, een paar gulden daar. Gecombineerd met wat spaargeld wist ik wat ik kon uitgeven aan suikerspinnen en botsauto’s. Dat was mijn budget.
(Wie de podcast heeft geluisterd, kent deze metafoor al. Voor wie ‘m nog niet kent: hier komt-ie alsnog.)
Veel supporters denken dat de transfermarkt zo werkt. De technisch directeur stapt langs de financieel directeur, krijgt een bedrag mee, en gaat shoppen. Vraag is dus: hoeveel zit er deze zomer in dat envelopje voor Jordi Cruijff?
Het antwoord is dat zo’n envelopje niet bestaat. Cruijff zelf zei het zaterdag glashard tegen ESPN-verslaggever Hans Kraay jr., na Ajax-PSV: “Een tussenjaar bij Ajax bestaat niet. Wij moeten volgend seizoen kampioen worden.” En op de vraag wat hij gaat doen in een zomer met weinig middelen: “Dan zullen we heel inventief moeten zijn en zullen spelers die we voor veel geld hebben gekocht voor minder weg moeten. We zullen moeten huren.”
Dat is geen omcijfering van een budget. Dat is een werkwijze. En in die zinnen zit precies de structuur waarmee een transferbudget bij Ajax echt wordt gemaakt: drie knoppen die elke transfer tegelijk raakt.
De drie knoppen
Bij elke transfer (inkomend en uitgaand) bewegen drie boekhoudkundige onderdelen mee: salaris, afschrijvingen en transferwinst. Waarom boekhouding? Omdat een voetbalclub uiteindelijk wordt afgerekend door de KNVB en UEFA op de cijfers in haar jaarverslag, niet op cashflow alleen.
Cruijffs antwoord aan Kraay raakt alle drie. “We zullen moeten huren” gaat over salaris. “Voor veel geld gekocht voor minder weg” gaat over afschrijvingen én transferresultaat. Wat hij in twee zinnen samenvat, is wat hieronder wordt uitgewerkt.
En het verklaart meteen waarom de vraag “wat is het budget?” geen enkel getal als antwoord kan hebben.
Salaris: het echte probleem
We beginnen met salaris, want daar zit Ajax het strakst in.
Salaris is geen apart hokje in de boekhouding. Het zit in de gewone exploitatie, samen met tickets, sponsoring, tv-geld en wedstrijdkosten. Het operationele deel van de jaarrekening.
Vorig seizoen, in 2024/25, ging er ongeveer €109M aan salaris uit op een totale lasten van zo’n €200M. Dat is meer dan de helft. In het eerste halfjaar van 2025/26 was dat €64M, wat op jaarbasis ruim €128M zou betekenen. Nog nooit was het zo hoog: €110M was het vorige ‘record’.
Daar zaten eenmalige kosten bij (afkoopsommen Heitinga en Keizer onder andere) en hogere CL-bonussen, maar de richting is duidelijk: Ajax zit te hoog in salaris. De inkomsten zijn namelijk te laag en operationeel (vóór transfers) draait de club verlies.
Wat verandert er op 1 juli bij de start van het nieuwe boekjaar? Niet zoveel. Akpom is ondertussen weg. Mogelijk vertrekken Zinchenko, Tomiyasu en Weghorst, maar die kunnen ook verlengen. En: huurspelers komen terug. Per saldo daalt de loonsom dus nauwelijks vanzelf. Ajax zal moeten ingrijpen.
Hier zit de eerste laag onder Cruijffs blueprint. “Spelers die we voor veel geld hebben gekocht voor minder weg” is geen budget-truc; het is een salaris-truc. Bij elke verkoop (ongeacht winst of verlies op de transfersom) verdwijnt het volledige salaris van de loonlijst. Dat is de échte hefboom. En “we zullen moeten huren” werkt aan dezelfde knop: een verhuurde speler verlaat de eigen loonlijst grotendeels of helemaal, ook al blijft hij in afschrijving doorlopen.
Het transferbudget begint dus met de vraag wie Ajax van de loonlijst af krijgt. Pas daarna ontstaat er echte ruimte om te bewegen.
Afschrijvingen: de echte aankoopruimte
Dit is het stuk dat het dichtst bij wat fans “transferbudget” noemen, in de buurt komt.
Aankopen worden uitgesmeerd over de contractduur. Een speler van €20M op een contract van vijf jaar kost €4M per jaar aan afschrijving. Maar die last loopt door, ook als de speler verhuurd wordt. Alleen bij verkoop verdwijnt de boekwaarde van de balans.
Ajax eindigt het lopende seizoen met ongeveer €40-42M aan afschrijvingen. Dat is al jaren een soort streefplafond. Alex Kroes had het zelfs over nog iets minder. Met het vertrek van Akpom, en mogelijk Zinchenko en Weghorst, ontstaat er per 1 juli zo’n €3 à €5M ruimte. Vertaald naar nieuwe transfersommen: €15 à €20M aan inkomende transfers, als Ajax het plafond wil aanhouden.
Belangrijk om te onthouden: verhuurde spelers tellen mee voor de afschrijving. Wie nu denkt dat een verhuring “ruimte maakt” voor een nieuwe aankoop, kijkt naar de verkeerde knop.
Dit is dus het eerste concrete getal van deze zomer. Vanaf de start heeft Ajax een aankoopbudget in de orde van €15 à €20M. Niet niks mee, maar ook niet de tientallen miljoenen die hier en daar geroepen worden.
Transferwinst: wat Ajax moet “vinden”
De derde knop is transferwinst en dat is geen meevaller, maar een verplichting.
Met €40M aan afschrijvingen per jaar, moet Ajax elk seizoen ongeveer datzelfde bedrag aan transferwinst binnenhalen om de afschrijvingen af te dekken. Een gat van €40M dat elk jaar opnieuw gevuld moet worden met winst op verkopen.
En “winst” is hier letterlijk: van wat een club voor een speler betaalt, gaat niet alles naar Ajax. Solidariteitsbijdragen, opleidingsclubs, doorverkooppercentages en zaakwaarnemers gaan er allemaal vanaf: gemiddeld houdt Ajax zo’n 75% over. Daarna moet ook nog de boekwaarde van de speler worden afgetrokken om tot de winst te komen.
Dat is waarom een eigen jeugdspeler verkopen veel meer oplevert dan een dure aankoop verkopen. Twee voorbeelden uit het afgelopen jaar maken het concreet:
Kenneth Taylor vertrok afgelopen winter voor zo’n €17M. Geen boekwaarde (eigen jeugd), alleen intermediairs eraf. Al met al zo’n €14M boekhoudkundige winst.
Bryan Brobbey ging vorige zomer voor €20M. Maar er moest een deel naar RB Leipzig (vanwege een eerder doorverkoopbeding) plus de boekwaarde eraf. Onder de streep bleef rond de €10M winst over.
Twee transfers van vergelijkbare grootte, boekhoudkundig totaal verschillend.
Lees hier meer over waarom Brobbey en Taylor nog extra miljoenen voor Ajax kunnen opleveren.
De Godts-paradox
Hier komen we bij Mika Godts, wiens situatie de paradox van een transferzomer perfect blootlegt.
Stel: Godts vertrekt voor €40M. Lage boekwaarde (eigen jeugd, weinig betaald), beperkte aftrekposten: pure winst van €30 à €40M is realistisch. Met één transfer dicht Ajax een groot deel van het transferresultaat-gat voor het seizoen.
Maar Godts heeft ook lage afschrijvingen (eigen jeugd) en een relatief laag salaris. Zijn vertrek maakt nauwelijks ruimte aan de aankoopkant of op de loonlijst. En als Ajax met die transferwinst dan een nieuwe speler haalt voor €15M, gaan onderaan de streep zowel de afschrijvingen als het salaris omhoog.
Een goede verkoop levert dus niet automatisch méér ruimte op. Soms juist meer kosten. Het hangt af van wat de speler ooit kostte, en wat hij verdiende.
Ter illustratie: Dolberg en Weghorst staan dichter bij elkaar dan je zou denken. Dolberg moet nog ongeveer €10M opleveren om quitte te spelen op zijn boekwaarde, maar maakt €2,5M per jaar aan afschrijvingsruimte vrij plus zijn salaris. Weghorst maakt €1,5M afschrijvingsruimte per jaar vrij, vertrekt transfervrij (geen winst, geen verlies) en levert ook fors salaris op.
Waarom rekenen niet zo simpel werkt
Hier breekt het Football Manager-denken af. “Verkoop A, B en C voor samen €60M; koop D en E voor samen €50M; budget van €10M opzij.” Klinkt logisch. Klopt niet.
Want hoe groot is de boekwaarde van A, B en C? Wat zijn hun salarissen ten opzichte van D en E? Hoe lang zijn de contracten? Wat staat er in de dealstructuur: bonussen, doorverkoop, gespreide betaling?
Cruijffs woord “inventief” is daarom geen retoriek. Het is het verschil tussen een TD die alleen op transfersommen rekent en een TD die alle drie de knoppen tegelijk afweegt.
Een vuistregel die wél werkt
Voor wie thuis wil meerekenen: kijk niet naar de verwachte verkoopprijs van een speler, maar naar wat Ajax ooit voor hem betaalde.
Een dure aankoop verkopen levert ruimte op. Gloukh, Sutalo, Wijndal: hun vertrek geeft directe verlichting op de afschrijvingsruimte, plus salaris. Omdat er ooit ook veel geld voor betaald werd en ze dus elk jaar veel ruimte innemen.
Een jeugdspeler verkopen levert winst op, maar geen ruimte. Godts, Baas, Fitz-Jim: hun vertrek geeft pure transferwinst, maar maakt nauwelijks budget vrij voor nieuwe aankopen.
Allebei nuttig. Allebei nodig, dit jaar. Maar het zijn fundamenteel verschillende soorten transfers, met fundamenteel verschillende effecten op het budget.
Slot: Cruijffs blueprint
“Een tussenjaar bestaat niet. Wij moeten volgend seizoen kampioen worden.” En tegelijk: inventief zijn, voor minder weg, huren.
Dat is, in een handvol zinnen, het speelboek voor de zomer. En het opvallende aan Cruijffs antwoord is wat hij níét zegt. Hij vraagt niet om extra middelen om kampioen te worden. Hij vraagt niet om vooruit te investeren. In het verdiepende artikel waarom dat een goed signaal is.
Hij belooft het te doen met de drie knoppen (salaris kwijtraken, afschrijvingen vrijspelen, transferwinst pakken) en met de creativiteit die daaromheen mogelijk is.
Lees hier meer over de cijfers achter Jordi Cruijffs ervaring als TD
“Ik ben hier niet om vrienden te maken,” zei Cruijff in hetzelfde gesprek. “Ik ben hier om beslissingen te nemen.” Voor wie de drie knoppen begrijpt, is duidelijk waarom dat geen losse zin is. Verlies nemen op spelers die je net of duur zijn aangetrokken, voormalige basisspelers verhuren, talentvolle jongens laten gaan: geen van die beslissingen is comfortabel. Allemaal zijn ze nodig.
Daarmee is “wat is het budget?” misschien wel de verkeerde vraag. De juiste vraag is: in welke volgorde durft Ajax de drie knoppen te draaien, en welke instrumenten zetten ze daarbij in?
Daarmee lijkt het bijna op een gokautomaat op de kermis. Alleen dan niet voor de lol, maar om het echie. Is Jordi behendig en slim genoeg om het spel succesvol te spelen?
Meer verdieping? Want er liggen hieronder afwegingen en besluiten die de kaders vormen van deze drie knoppen.
Over wat het scenario “geen Europees voetbal” doet met dit verhaal, hoe creatieve dealstructuren als huur en gedeeltelijke transfers werken, waarom “vooruit investeren” een dure les uit het verleden is, en wat de naderende post-Diarra FIFA-regels gaan veranderen voor de Ajax-zomer.






