Op papier dezelfde Champions League, in de praktijk een ander toernooi
Op het veld speelde Ajax dit seizoen Champions League. Op de balans niet.
Zaterdagavond spelen Arsenal en PSG de Champions League-finale in Boedapest, en eerlijk: vanuit Amsterdams perspectief valt daar weinig over te melden. Geen enkele illusie dat Ajax daar enigszins in de buurt gaat komen, op de valreep één oud-Ajacied in de basis, geen verhaallijn die op de Johan Cruijff ArenA terugslaat. Dit is een finale die langs Ajax heen schuift zoals de Super Bowl ergens op de achtergrond aanstaat: interessant, maar van een andere planeet.
How can I make this about Ajax, dan? Een eerlijke poging: acht weken eerder, op 28 januari, sloot Ajax datzelfde toernooi af als nummer 32 van 36 in de league phase. Op papier zat Ajax in dezelfde competitie. Op de balans was daar weinig van te merken.
Eind juli begint Ajax een ander Europees seizoen, in de tweede voorronde van de Conference League. Drie voorronden te gaan voor het hoofdtoernooi. En tussen die twee Europese werelden, Champions League 2025/26 en Conference League 2026/27, zit financieel meer overeenkomst dan veel supporters denken.
Dit stuk gaat niet over hoe groot de Premier League-bedragen zijn. Ajax Financials-lezers weten dat. Het gaat over wat dat verschil mechanisch doet met hoe een PL-club versus Ajax kan opereren op de transfermarkt. Want daar wordt het verschil het meest concreet en in de Nederlandse media het slechtst uitgelegd.
Wat Ajax uit “dezelfde competitie” haalde
Twee overwinningen, zes nederlagen, plek 32 in de league phase, geen knock-out. Uit de Champions League incasseerde Ajax dit seizoen ongeveer €43 miljoen aan UEFA-premies: startpremie €18,62 miljoen, value pillar €18,73 miljoen, twee winstpremies van €2,1 miljoen en een rankingbonus van €1,4 miljoen. Inclusief recettes uit de vier thuiswedstrijden komt het totaal op circa €53 miljoen.
Arsenal staat aan het andere uiteinde van datzelfde toernooi. Acht overwinningen in de league phase (€16,8 miljoen aan winstpremies), eerste in de eindstand (€9,9 miljoen ranking bonus), doorgang naar de achtste finale, kwartfinale, halve finale en finale (samen nog eens €57 miljoen). Bij winst zaterdagavond komt daar €6,5 miljoen bovenop. Plus een value pillar die voor Engelse topclubs structureel zwaar uitvalt. Schatting voor Arsenal: tussen €130 en €140 miljoen aan UEFA-inkomsten uit dit seizoen alleen.
Het verschil is groot, maar dat is niet het hele verhaal. De scherpere observatie: Ajax’ €53 miljoen uit de Champions League is misschien wel meer dan de Europa League, maar het verschil met andere Champions League-clubs is veel groter.
Hoe een PL-club ademt, en Ajax niet
Een paar getallen uit de Premier League-distributie over 2025/26, deze week door The Athletic naar buiten gebracht. Voor het eerst keert de competitie meer dan £3 miljard uit aan haar twintig clubs.
Kampioen Arsenal incasseert £198,7 miljoen, omgerekend rond de €230 miljoen. Dat alleen aan centrale uitkering, los van commercie, kaartverkoop en sponsoring. Hekkensluiter Wolves krijgt £117,7 miljoen (~€136 miljoen). Het verschil tussen eerste en laatste komt neer op £81 miljoen, omgerekend €94 miljoen.
Dat verschil (alleen het gat tussen kampioen en degradant) benadert in zijn eentje de gehele Eredivisie-mediapot, die in 2026/27 €117,5 miljoen telt voor achttien clubs. Eén plek opschuiven op de Engelse ranglijst is dit seizoen £3,76 miljoen waard, omgerekend €4,4 miljoen, en dat bedrag is in twee jaar tijd met meer dan veertig procent gestegen. Voor Ajax (met €12,88 miljoen aan binnenlandse mediarechten in totaal) komt drie plaatsen merit-uitkering in Engeland al overeen met het volledige Nederlandse tv-geld.
Maar de echte werking zit in twee andere details. Ten eerste de facility fees: PL-clubs krijgen extra betaald per uitzending op de Britse televisie. Manchester United toucheerde alleen al €23,9 miljoen aan facility fees voor zijn 34 uitgezonden wedstrijden dit seizoen: bijna het dubbele van Ajax’ volledige binnenlandse mediageld.
Alle “Big Six”-clubs plus Newcastle haalden meer dan £20 miljoen uit dat ene element. Voor Ajax bestaat dat principe niet in deze orde van grootte; Eredivisie-clubs krijgen geen per-uitzending bonus van enige significantie. Een PL-topclub bouwt een tweede inkomstenpijler op het simpele feit dat zijn wedstrijden uitgezonden worden.
Ten tweede de bron van de groei. De Premier League-distributies komen sinds dit seizoen voor de helft uit buitenlandse rechten: £1,13 miljard gelijk verdeeld plus £430 miljoen merit-payment uit de internationale pot. De Eredivisie verkoopt internationaal nauwelijks iets van betekenis. Het Disney/ESPN-contract, dat tot 2030 loopt en de hoofdmoot vormt van de Nederlandse tv-inkomsten, is een binnenlandse deal. De PL-curve loopt door omdat het buitenland blijft betalen. De Eredivisie-curve loopt mee met wat Nederland zelf bereid is uit te geven.
Dat is het mechanische verschil. Een PL-degradant zoals West Ham behoudt een parachute payment van tientallen miljoenen en is volgend seizoen in de Championship financieel nog steeds krachtiger dan de meeste Eredivisie-clubs. Een Ajax dat in de Champions League misstapt, zakt direct terug naar het tv-regime van een toernooi twee niveaus lager.
Volgend seizoen wordt het echt Conference League
Voor 2026/27 wordt dat onevenwicht structureel scherper. Ajax begint vanaf 23 juli in de tweede voorronde van de Conference League, met nog drie voorronden voor het hoofdtoernooi. Bij doorgang naar de league phase staat daar circa €3,17 miljoen aan startpremie tegenover. Vergelijk dat met €18,62 miljoen voor de league phase van de Champions League: een verschil van ruim €15 miljoen aan gegarandeerde basisinkomsten alleen al, los van premies, value pillars en knock-outinkomsten.
Binnenlands valt er weinig opbeurends bij te bedenken. Het volledige tv-rechtenpakket voor het Nederlandse betaalde voetbal beweegt zich rond de €170 miljoen per jaar, inclusief afdrachten aan KKD en KNVB. De achttien Eredivisieclubs zelf verdelen daaruit €117,5 miljoen in 2026/27.
Ajax zakt op die tv-ranglijst van €12,88 miljoen naar €11,7 miljoen, gepasseerd door Feyenoord op de tweede plek. Dit is een directe consequentie van de Eredivisie-verdeelsleutel, die prestaties over tien seizoenen meeneemt en het meest recente jaar tien keer zo zwaar laat tellen als het oudste. Een zwak jaar slaat bij Ajax dus dubbel toe: eerst sportief in het lopende seizoen, daarna jarenlang in de mediagelden.
Verdict
De boodschap is niet dat de Premier League een grotere portemonnee heeft. Dat is allang geen nieuws meer. Het is dat het businessmodel onder die portemonnee fundamenteel anders werkt, en dat dat verschil zich vertaalt in hoe transfers gerechtvaardigd, afgeschreven en gecompenseerd kunnen worden.
Manchester United kan deze zomer €170 miljoen besteden omdat het commercieel een omzet draait die de bijbehorende afschrijving makkelijk opvangt. Ajax kan dat niet, omdat het commercieel die omzet niet draait en omdat de afschrijving alleen drijft op het transferresultaat dat de club zelf nog moet realiseren. Het zijn niet twee clubs op verschillende sporten van dezelfde ladder. Het zijn twee businessmodellen die nauwelijks met elkaar te vergelijken zijn.
Op het veld speelde Ajax dit seizoen Champions League. Op de balans haalde het bedragen op die thuishoren op het niveau eronder. Volgend seizoen worden veld en balans eindelijk synchroon, al zal het op de transfermarkt niet als bevrijding voelen.







