Geen Champions League is geen ramp, wel een extra uitdaging
Waarom Ajax het financieel kan opvangen, maar sportief en strategisch terrein verliest
Na het gelijke spel tegen AZ wordt het een serieuze klus voor AFC Ajax om zich volgend seizoen (direct) te plaatsen voor de Champions League. Ooit het ‘miljoenenbal’, inmiddels terecht het miljardenbal: alleen al deelname levert enorme inkomsten op.
In het huidige seizoen ontving Ajax circa €43 miljoen aan Europese premies, waarvan €37–38 miljoen puur voor deelname. De rest kwam voort uit prestaties. Ter vergelijking: vorig seizoen in de Europa League lag de deelnamepremie rond de €15 miljoen, met zo’n €6 miljoen extra uit resultaten.

Nu directe plaatsing voor de Champions League minder waarschijnlijk is, rijst de vraag: wat betekent dat financieel voor Ajax richting de komende zomer?
Hoe Europese inkomsten doorwerken
Europese premies vallen binnen de operationele inkomsten. Recettes laten we hier even buiten beschouwing: die verschillen tussen Champions League en Europa League minder sterk dan vaak wordt gedacht, ook omdat een langere Europese run in het tweede toernooi iets waarschijnlijker is.
In seizoen 2024/25 waren Europese premies goed voor circa 12% van de totale inkomsten. Voor het huidige seizoen ligt dat percentage rond de 20%. Dat is aanzienlijk, maar nog altijd niet de grootste inkomstenbron. Het verschil tussen Europa League en Champions League bedraagt grofweg €20 miljoen: fors, maar ‘slechts’ ongeveer 10% van de totale operationele omzet.

Waarom is de Champions League dan tóch zo belangrijk?
Omdat dit de inkomstenbron is waar nog echte groei mogelijk is. Commerciële inkomsten en wedstrijddag-inkomsten groeien hooguit met enkele miljoenen per jaar: knap, maar marginaal. Ajax zit daar dicht tegen zijn plafond. Sponsordeals lopen lang, tv-gelden liggen vast en merchandise is grillig.
De Champions League-begroting
Ajax maximaliseerde de afgelopen jaren zijn kostenstructuur op basis van een zogeheten ‘Champions League-begroting’. Sinds 2017/18 draait de club daardoor vrijwel structureel operationeel verlies. Alleen in het Champions League-succesjaar 2018/19 en in 2022/23 werd operationeel winst geboekt.
De marges zijn dun. Champions League-miljoenen maken vaak nét het verschil tussen winst en verlies. Ontbreekt dat geld, dan moet het tekort worden gecompenseerd via transferresultaten: de gerealiseerde transferwinsten moeten hoger zijn dan de jaarlijkse afschrijvingen.
Vorig seizoen ging het hier mis: operationeel verlies, gecombineerd met een groot negatief transferresultaat, leidde tot een recordverlies.
De salarisknop
Omdat Ajax nauwelijks kan sturen op extra inkomsten, ligt de oplossing aan de uitgavenkant. En daar is één dominante knop: salarissen van spelers, staf en organisatie.

De ingezette oplossing is logisch: vooral salarissen variabel maken op basis van Europese deelname. Geen Europees voetbal betekent geen Europese bonus. Conference League, Europa League en Champions League kennen elk hun eigen schaal. Een viertrapsraket.
Als deze constructie volledig is doorgevoerd, betekent het missen van de Champions League niet automatisch een operationeel verlies.
Lees hier hoe Alex Kroes financieel presteerde als technisch directeur
Wat gebeurt er concreet zonder Champions League?
Nog niet alle spelers vallen onder de nieuwe salarisstructuur. Namen als Chuba Akpom, Owen Wijndal, Gaston Ávila, Branco van den Boomen, Ahmetcan Kaplan, Sivert Mannsverk en Anton Gaaei zitten nog in een tussenvorm: een tweedelige bonusconstructie (wel/geen Champions League).

Dit zijn vooral overblijfselen van de Mislintat-zomer. Sportief spelen zij nauwelijks nog een rol, maar contractueel drukken ze wel op de begroting.
Structureel blijft dit inefficiënt (salarissen zonder sportieve bijdrage). Daar waren meer verkopen in de afgelopen transferwindow behulpzaam geweest.
Lees hier de terugblik op de winterse transferperiode van dit seizoen
De ironie is misschien wel dat het probleem momenteel groter is bij wél Champions League spelen. Zonder Champions League hoeft in ieder geval geen CL-bonus te worden uitgekeerd, wat het risico beperkt.
De kostenkant beweegt nauwelijks mee
Belangrijk daarbij is dat het verschil tussen wél en géén Champions League zich nauwelijks vertaalt in lagere kosten buiten het salarishuis. Reis- en organisatiekosten, staf, infrastructuur, afschrijvingen en het grootste deel van de operationele lasten blijven vrijwel gelijk, ongeacht Europese deelname.
De Champions League werkt bij Ajax dus vooral aan de inkomstenkant en via variabele bonussen in het salarismodel, niet via een wezenlijk flexibel kostenapparaat.
Dat verklaart ook waarom het risico van begroten op de Champions League zo groot was: de kosten bewegen nauwelijks mee omlaag, terwijl de inkomsten dat wél doen.
De indirecte gevolgen
Financieel is het missen van de Champions League dus geen ramp. Ajax hoeft niet extra te snijden in salarissen en het transferbudget verandert niet direct. Transfers moeten hoe dan ook worden gefinancierd via verkopen.
De echte impact zit indirect:
Minder aantrekkingskracht voor spelers om te komen of te blijven (denk aan types als Oleksandr Zinchenko of Takehiro Tomiyasu).
Lagere sportieve zichtbaarheid, wat ontwikkeling en marktwaarde van spelers raakt.
Op langere termijn mogelijk ook commerciële uitstraling en impact op sponsordeals en (internationale) merchandise.
Ajax zit qua afschrijvingen op Europees subtopniveau
Met jaarlijkse spelersafschrijvingen van circa €40 miljoen opereert AFC Ajax financieel in het segment van de Europese subtop. Dat is het domein van clubs als Benfica, Bayer Leverkusen, Atalanta Bergamo (alle drie top 24 in de Champions League dit seizoen), maar ook Olympique de Marseille, AS Roma en Brighton & Hove Albion, die ondanks hun Premier League-status rond een vergelijkbaar niveau van spelersafschrijvingen opereert.

Ter vergelijking: PSV komt in 2024/25 uit op €31,25 miljoen. Dat onderstreept dat Ajax (puur gekeken naar geïnvesteerd kapitaal in de selectie) structureel meer ruimte heeft dan de rest van Nederland en met deze kostenbasis sportief zou moeten kunnen concurreren met clubs uit de Europese subtop, mits het aankoopbeleid en de selectie-opbouw efficiënt worden uitgevoerd.
Conclusie
Een jaar zonder Champions League is geen ramp. Ajax kan het financieel opvangen en wordt er niet direct instabiel van. Maar het is wel degelijk een extra uitdaging, sportief, strategisch en op de transfermarkt.
Die uitdaging komt vooral terecht bij Jordi Cruijff: beter verkopen, slimmer aankopen, en ondertussen competitief blijven zonder de vanzelfsprekendheid van het miljardenbal.

