Ko Itakura ging voor een stuk minder dan hij kwam, maar met Mika Godts en Sean Steur haalde Ajax deze zomer opnieuw geld binnen op de transfermarkt. Het is precies waar de club om bekend staat: de grootste talenten opleiden en een podium geven, waarna ze een stap naar de internationale top kunnen maken en Ajax er financieel beter van wordt. In Amsterdam gaan die miljoenen vervolgens weer de deur uit, besteed aan de hoogste-kaliber spelers die in Nederland te zien zijn.
Alleen is Ajax geen Real Madrid of Manchester City. Voor een club die geen gigantische commerciële geldmotor of bodemloze geldschieter achter zich heeft, is het niet genoeg om alleen aan de eigen jeugd te verdienen. Er moet óók voor een deel terugverdiend worden aan wat er ingekocht wordt. En precies daar begint de inkomstenbron te stokken.
Wat de cijfers zeggen
Ajax Financials bracht de afgelopen vijftien jaar aan aan- en verkopen in kaart: elke speler van achttien jaar of ouder die is aangetrokken (al dan niet transfervrij) en dus niet uit de eigen jeugdopleiding komt, en voor hoeveel die uiteindelijk weer werd verkocht.
Het beeld is ontnuchterend. Over die vijftien jaar verlaat ongeveer een kwart van de aangetrokken spelers de club voor een hoger bedrag dan de aankoopsom. De andere driekwart vertrekt voor minder, of hooguit voor hetzelfde. En dat “kwart” wordt kleiner.
Winst of verlies maken
Let op: er wordt hier heel bewust omgegaan met het woord “winst”. Zoals Ajax Financials in dit artikel uitgebreid toelicht, zijn er veel misvattingen over wanneer er gesproken kan worden over winst. Voor deze analyse worden dus inkomende en uitgaande transferbedragen met elkaar vergeleken om waardeveranderingen aan te geven.
In de volksmond gaat het al jaren over de miskopen (de Sana’s, de Orejuela’s) en Marc Overmars zei zelf al dat hij blij was als 50% van zijn aankopen slaagden. Recent was het Sven Mislintat die het gezicht werd van spelers uit deze categorie. Zijn aankopen waren altijd een blok aan het been van de technisch directeuren na hem, inclusief deze zomer, en de irritatie over de aankopen van Alex Kroes is inmiddels bijna vergelijkbaar.
Maar wie de schuld bij één naam legt, maakt het zich te makkelijk. Neem Owen Wijndal: gehaald door Huntelaar en Hamstra, niet verkocht gekregen door Mislintat, Kroes, De Lang of Beuker, en ook nu heeft Jordi Cruijff hem nog altijd op de loonlijst.
De verantwoordelijkheid is niet van één man; ze is versnipperd over een bestuur dat vrijwel elk jaar opnieuw wordt samengesteld.
Want dat is de kern van het probleem waar Cruijff nu tegenaan loopt. Eerdere aankopen die niet verkocht raken, nemen cruciale ruimte in (in salaris én in afschrijvingen) en zolang die transfers uitblijven, is het binnenhalen van versterkingen uiterst ingewikkeld. Er wordt dan weer met vingers gewezen, maar de vraag is of dat hout snijdt.
Een trend, geen incident
Om weg te komen van dat zoeken naar verantwoordelijken, helpt het om over een langere periode te kijken. Ajax Financials zette alle verkopen op een rij en bekeek rollende driejaarspercentages, op zoek naar een trend.
Eerst over die methode, want ze doet meer dan het klinkt. Je zou per seizoen kunnen tellen welk deel van de verkopen boven de aankoopsom uitkwam, of de saldo’s inkomend en uitgaand op Transfermarkt kunnen vergelijken.
Maar transfers zijn grillig: in een gemiddeld jaar gaat het om een handvol verkopen, en één uitschieter of één miskoop trekt zo’n enkeljaarspercentage meteen alle kanten op. Het seizoen waarin een Antony vertrekt oogt op papier briljant, het jaar erna dramatisch, terwijl er aan het onderliggende beleid weinig veranderde.
Die enkeljaarscijfers (zie tabel) springen dan ook flink heen en weer, en door die ruis is nauwelijks een trend te zien.
Een rollend driejaarspercentage haalt die ruis eruit. Voor elk jaar neem je dat jaar plus de twee voorgaande samen, en over dat blok van drie bereken je welk aandeel van de verkopen boven de aankoopsom uitkwam; daarna schuif je het venster telkens een jaar op. Zo verdwijnt het effect van één losse mee- of tegenvaller in het gemiddelde en blijft de onderliggende richting over. Eén laag jaar is ruis; drie vensters die achter elkaar zakken, is een trend.
Dit is de grafiek die dan ontstaat met lijnen voor het aandeel dat voor een hoger transferbedrag verkocht werd en dat voor een lager bedrag verkocht werd. Een duidelijk patroon in de lijnen is een trend.





