De prijs van hoop: waarom grote aankopen zo vaak tegen je keren
Over transfersommen, contractverplichtingen en waarom ontbinding zo zelden de oplossing is
Jan Verdonk schrijft al langer over Ajax op Substack via Het oog op Ajax. Sinds kort maken we samen Poen & Pegels, onderdeel van de Pantelic Podcast: een podcastreeks waarin we de financiële kant van Ajax bespreken.
De meest recente aflevering ging over contractontbinding: waarom het zo weinig voorkomt en wat het eigenlijk kost. Te beluisteren via Spotify of te bekijken op het YouTube-kanaal van FC Afkicken.
Ajax speelt slecht, dus er moet kwaliteit bij. Nieuwe spelers komen, er is hoop, er zijn verwachtingen.
Een jaar later: twijfel. Twee jaar later: frustratie. Drie jaar later: probleem.
En dan klinkt altijd dezelfde zin: “Was wel duur…”
Aankopen zijn verplichtingen, geen momenten
Transfers worden beoordeeld als moment: geslaagd of mislukt, goed of slecht. Maar financieel werkt het anders. Een aankoop is een verplichting van meerdere jaren: de transfersom wordt uitgesmeerd via afschrijving, het salaris loopt jaarlijks door en het contract duurt vaak vier tot vijf jaar.
Elke aankoop blijft dus hangen. Niet één seizoen, maar meerdere.
Wijndal is daarvan een typerend voorbeeld. Ondanks dat het een vrij uniek geval is (later meer daarover), is hij een wekelijkse herinnering geworden aan dit probleem.
Gekocht voor circa tien miljoen euro, vijfjarig contract, salaris van zo’n €2,5 tot 3 miljoen per jaar. Sportief beoordeel je hem op zijn prestaties. Financieel staat zijn boekwaarde op de balans, loopt zijn salaris door, en blijkt zowel verkoop als ontbinding lastig.
Een sportieve discussie wordt zo uiteindelijk een financiële.
Het echte probleem: stapeling
Het probleem is niet één tegenvallende aankoop. Het probleem is er meerdere tegelijk. En dat zie je nu bij Ajax.
Dat is precies wat de periode-Mislintat als consequentie had. Niet eens zozeer dat hij heel veel uitgaf, maar dat er veel grote aankopen met lange contracten tegelijk werden gedaan.
Die kwamen bovenop het seizoen ervoor, waar (weliswaar minder) veel grote aankopen gedaan waren.
Als zo’n selectie dan dermate uit balans is én er geen match is met de trainer, dan ontstaat er een financieel zeer problematische mix die jaren voelbaar is. Nu nog steeds.
Wijndal, Akpom, Avila, Sutalo, om er een paar te noemen: verschillende situaties, hetzelfde patroon. Tegenvallend, relatief hoge transfersommen, meerjarige contracten, een beperkte markt. Weinig flexibiliteit, dus.
Wie rijk wil blijven, moet slim zijn
Uit onderzoek (bijv. het boek Soccernomics) blijkt dat salarisuitgaven een van de sterkste voorspellers zijn van sportief succes. Maar dat is geen simpele formule.
De beste periodes groeien vaak uit financiële discipline. Slim uitgeven, bouwen, doorontwikkelen. Het probleem begint zodra succes aanleiding wordt om met de portemonnee te zwaaien.
Zekerheid kópen.
Dat was Ajax na Overmars: een club die haar eigen succes probeerde vast te houden door steeds meer uit te geven. We weten hoe dat afliep.
Het jaar dat Ajax wél op de rem trapte (het Farioli-seizoen) kwam er direct weer resultaat. Maar succes brengt ook zijn eigen valkuil mee: Champions League-geld brandt een gat in de zak, en de druk om te investeren neemt toe. Met dit jaar als pijnlijk resultaat.
PSV staat nu precies op dat kruispunt. Een dominante periode, financieel voor de wind, Champions League alweer zeker. En deze zomer? Sterkhouders vertrekken, en de verleiding om dat op te lossen met grote uitgaven is groot. Salarissen en transfersommen kruipen omhoog. En minder bewegingsruimte blijft er straks over.
Succes kopen werkt zelden. Succes vasthouden door slim te blijven, des te vaker.
Wat de speler wil, is cruciaal
Terug naar Ajax en de huidige probleemgevallen. Hier zit de echte kern, en die wordt te vaak over het hoofd gezien.
Ajax kan een speler een vertrekpremie aanbieden, maar een speler heeft een contract en hoeft niets te accepteren.
De vraag is dus niet alleen wat Ajax wil betalen. De vraag is wat de speler wil. En daar zit een groot verschil tussen de huidige gevallen.
Wijndal is stug. Hij wil blijven, beweegt niet, en dat maakt zijn situatie (financieel) het lastigst op te lossen. Dat maakt zijn situatie ook vrij uniek.
Bij Akpom, Avila en ook Van den Boomen liggen de signalen anders. De verhuren tonen aan dat zij openstaan voor een stap weg. Maar Ajax wil(de) daar financieel nog (te) veel aan overhouden.
(Verderop meer details over de kosten van deze spelers)
Het gevolg: een impasse. De speler wil weg, de club wil verkopen, maar de vraagprijs is te hoog voor de markt. Voor Sutalo zal mogelijk een vergelijkbaar patroon gelden.
Verhuur voelt dan als een oplossing: salaris deels gedekt, speler krijgt nieuwe kansen, ruimte in de selectie. Maar in de meeste gevallen is het uitstel. De speler komt terug, het contract loopt door, de waarde daalt. Ajax zit nu precies in die fase.
Het probleem is niet alleen wat ontbinding kost, maar ook wie er wil bewegen. En die twee factoren samen, financiële pijn én spelershouding, verklaren waarom er zo weinig gebeurt.
Elke TD doet dit, niet alleen Mislintat of Kroes
Het is verleidelijk om de huidige situatie te koppelen aan één persoon of één beleid. Natuurlijk zijn er Mislintat’s aankopen. Maar ook de ‘verhuurfetisj’ van Kroes krijgt veel kritiek, en niet zonder reden. Maar het patroon is structureel breder.






