Rekenen met het salaris van Ceballos
Waarom de transfersom de kleinste variabele is en wat een aanwinst deze zomer werkelijk kost op de loonlijst
Matteo Moretto meldde deze week dat Ajax en Real Madrid praten over Dani Ceballos voor een transfersom van zo’n zes miljoen euro. Of die deal er komt, valt nog te bezien, al is het niet ondenkbaar dat Jordi Cruijff doorpakt. Belangrijker dan de uitkomst is wat de naam blootlegt: hoe een spelerssalaris werkelijk werkt, en waarom de loonkosten, en niet de transfersommen, deze zomer de bepalend zijn voor Ajax.
Begin bij de transfersom
Zes miljoen euro lijkt opvallend weinig voor een speler van dit kaliber. Ceballos is dertienvoudig international, kostte Real Madrid in 2017 zelf nog ruim zestien miljoen, en de club mikte vorig jaar nog op vijftien tot twintig miljoen. Dat het nu een derde daarvan zou zijn, heeft een paar oorzaken: hij is 29, kreeg de laatste tijd nauwelijks speeltijd en sukkelt met een blessure. Mogelijk dat de komst van Mourinho ook meespeelt.
Maar de belangrijkste is een contract dat in 2027 afloopt. Met nog één jaar te gaan heeft Real geen onderhandelingsmacht meer: wie wacht, plukt hem volgend jaar transfervrij weg.
En daar zit meteen het haakje naar het salaris. Een lage transfersom betekent niet dat een speler goedkoop is. Voor een kopende club is de totale prijs de som van transfersom én meerjarig salaris, en juist dat hoge salaris drukt de transfersom: wie de loonlast slikt, betaalt navenant minder voor de transfer zelf. De zes miljoen is laag júist omdát het loon hoog is. Bovendien is het gunstig voor Real’s ruimte binnen de financiële kaders in Spanje als zijn salaris wegvalt.
Voor Real komt daar nog bij dat de aanschafwaarde uit 2017 allang is afgeschreven: de boekwaarde is nul, dus elke euro transfersom valt vrijwel volledig als transferwinst in de boeken. Ook zes miljoen is voor Real dus aantrekkelijk.
Dat maakt de transfersom de minst interessante variabele. De relevante vraag is wat de speler kost om te hebben, en daarvoor moet je rekenen.
Eén speler, drie salarissen
De eerste denkfout is dat er één salaris zou zijn. Er zijn er drie: het nettoloon dat de speler op zijn rekening ziet, het brutoloon dat vóór belasting op de loonstrook staat, en de kostprijs voor de club, het volledige bedrag in de jaarrekening, inclusief beeldrechten, premies en variabelen.
Die drie lopen ver uiteen, en de meeste berichtgeving gooit ze op één hoop. Bij Ceballos houdt de Spaanse pers het consistent op zo’n 4,5 miljoen euro netto per jaar. Dat is het getal dat hij voelt, maar niet wat hij Real kost, en al helemaal niet wat hij Ajax zou kosten.





