Moro, miljoenen en misverstanden
Een financiële dissectie van een transfer die meer zegt over het systeem dan over de speler
Vijf miljoen. Of zes. Voor vijftig procent. Met bonussen. Met economische rechten. Met een doorverkooppercentage, of toch niet helemaal.
Rond de transfer van Raúl Moro naar Osasuna verschenen in korte tijd bijna dagelijks nieuwe bedragen en nieuwe interpretaties.
Wie alleen kijkt naar “wat Ajax kreeg” of “wat Osasuna betaalde”, raakt al snel het overzicht kwijt. Maar wie iets dieper kijkt, ziet juist dat deze transfer veel vertelt: over framing, over het transfersysteem én over de manier waarop Ajax deze transferperiode opereert.
Over de transferbedragen: waar komt de verwarring vandaan?
De kern van de verwarring zit niet in onwaarheden, maar in perspectief.
De meest betrouwbare bron is in dit geval Osasuna zelf. De club is officieel niet verplicht om financiële details openbaar te maken, maar als socio-club staat er wel degelijk druk op transparantie. Bovendien: wie op de eigen website A zegt en richting LaLiga B rapporteert, creëert vooral problemen voor zichzelf.
Osasuna communiceert daarom het volgende:
€5 miljoen voor 50% van de economische rechten van Raúl Moro
Tot €3 miljoen aan bonussen, verdeeld in tranches van €500.000
Elke tranche levert Osasuna 5% extra economische rechten op
Maximaal komt Osasuna uit op 80%, Ajax houdt altijd minstens 20%
Afkoopsom binnen La Liga: €50 miljoen
Dat is helder, intern consistent en juridisch logisch.
Waarom spreken Nederlandse media dan over 6 miljoen?
Omdat een transfersom zelden gelijk is aan de totale kosten van een transfer.
Naast de €5 miljoen transfersom komen er voor Osasuna namelijk nog bij:
Solidariteitsafdracht: 4,787%
Intermediairs-, juridische en administratieve kosten: circa 10–15%
Samen is dat ruwweg 20% extra.
5 miljoen + ~20% ≈ 6 miljoen.
En zo ontstaan twee waarheden:
Osasuna zegt: wij betalen €5 miljoen aan Ajax
Nederlandse media zeggen: de transfer kost Osasuna €6 miljoen
Beide kloppen. Ze belichten alleen een ander deel van dezelfde transactie.
Precies dit zagen we ook bij de aankoop van Moro door Ajax. In Spanje werd gesproken over €11 miljoen, in Nederland over circa €9,5 miljoen plus bonussen. Ook daar zat hetzelfde verschil in kosten versus transfersom.
Bonussen: vrijwel zeker versus lastig haalbaar
Een extra detail dat via Nederlandse media naar buiten kwam:
van de €3 miljoen aan bonussen zou €2 miljoen vrijwel zeker te behalen zijn, terwijl de laatste €1 miljoen lastiger ligt.
Waarschijnlijk gaat het dan om relatief lage sportieve drempels:
beperkt aantal basisplaatsen
aantal minuten gespeeld (min. 45, o.i.d.)
onderdeel zijn van selectie
aanwezigheid over meerdere seizoenen
Vier tranches van €500.000 leveren Osasuna daarmee 20% extra rechten op.
In de meest waarschijnlijke situatie eindigt de verhouding dus op:
Osasuna: 70%
Ajax: 30%
Dat is cruciaal voor alles wat hierna volgt.
Tot hier gaat het over begrijpen.
Vanaf hier gaat het over waarderen, rekenen en beoordelen.




