Zondag voegde Sofyan Amrabat zich bij Ajax. Daarnaast lijken er nog drie spelers vrijwel zeker aan te sluiten: Simon Adringa, Thilo Kehrer en, voor Jong Ajax, Leo Salazar Hinojosa. Voor die vier leek er tot voor kort aardig wat ruimte te zijn, zowel in het salarishuis als in transfersommen.
De vraag voor de laatste dag is of die ruimte nu op is, of dat er nog iets bij past.
Waarom de rekensom dit jaar lastiger is
In andere jaren lag de grens redelijk duidelijk. Ajax zei te streven naar operationeel quitte spelen: de salarissen moesten gedekt worden door commerciële inkomsten, recettes en Europese premies. Die inkomsten waren bij benadering in te schatten, dus daaruit volgde een salarisbudget. Uitgaand en ingaand naast elkaar leggen, en je zag of er nog iets kon.
De transfersommen stonden daar min of meer los van. Ook daar was het beeld bekend: een maximum van zo’n 40 miljoen, het liefst iets lager, met bonussen soms iets erboven. Dezelfde optelsom, andere kolom.
Jordi Cruijff gaat flexibeler met die budgetten om. Hij lijkt vooral in jaarlasten te denken: salaris per jaar plus afschrijving per jaar als één totaal, waarbij de verdeling daarbinnen minder uitmaakt. Tot nu toe vallen de afschrijvingen lager uit en de salarislasten hoger, bij een redelijk vergelijkbaar totaal.
Hieronder de tussenstand qua afschrijvingen, waarbij het belangrijk is om te realiseren dat hoe lager de afschrijvingen, hoe hoger het overschot vanuit de transferwinst. Totaal is de boekhoudkundige winst momenteel zo’n 52 miljoen euro, waardoor er een plus qua transfers ontstaat van zo’n 12-15 miljoen euro.



