Het nieuwe transfersysteem (6) - Waarom Diarra economisch weinig oplost en Ajax dat het meest gaat voelen
De veranderingen in het transfersysteem maken het economisch zeer complex om gevolgen te voorspellen.
Voor dit artikel sprak ik uitgebreid met Thomas Peeters, sporteconoom en universitair hoofddocent aan de Erasmus School of Economics. Peeters volgt het Europese voetbal al jaren vanuit economisch perspectief en staat bekend om zijn nuchtere analyses: minder hype, meer structuur.
Zijn boodschap is tegelijk geruststellend en ongemakkelijk.
“Het transfersysteem is economisch gezien geen vrije markt, maar een set regels die de arbeidsmarkt bewust bijstuurt en fricties creëert.”
Dat ene inzicht zet meteen de toon voor alles wat volgt.
In dit artikel:
Hoe het transfersysteem opleiden beloont
Waar het geld van lagere transfersommen naartoe gaat
Waarom clubs geld blijven uitgeven, ondanks dat ze weten dat het gaat veranderen
Ajax gaat dit als eerste voelen, maar heeft ook een unieke kans
Hoe slim het is om veel aankopen te doen deze zomer
1. Geen markt, maar een ontworpen systeem
Volgens Peeters is het transfersysteem deels economisch verdedigbaar, maar slecht ontworpen. Het is geen spontaan vraag-en-aanbodmechanisme, maar een institutioneel kader dat mobiliteit beperkt om specifieke doelen te dienen.
Die doelen zijn er wel degelijk:
Contractuele stabiliteit, internationale uniformiteit en (vooral) het belonen van opleiding.
Juist dat laatste argument noemt Peeters economisch het sterkst onderbouwd. Clubs investeren jarenlang in jonge spelers zonder garantie op rendement; financiële compensatie bij vertrek is een prikkel die aantoonbaar werkt.

Wat dit betekent:
Diarra corrigeert geen economisch “fout” systeem, maar een juridisch ontspoord systeem dat economisch al suboptimaal was. Verwacht dus geen economische reset, wel een verschuiving binnen bestaande structuren.
2. Als transfersommen wankelen, waar gaat het geld dan heen?
Een veelgehoorde verwachting is dat lagere transfersommen leiden tot “minder geld” in het voetbal. Peeters is daar duidelijk over:
“Het geld verdwijnt niet. Het verschuift.”


