Ajax sluit het boekjaar 2025/26 af met een nettowinst van € 2,0 miljoen. Dat is het getal dat de koppen haalt, en het is meteen het minst interessante cijfer in het hele document.
De netto-omzet kwam uit op € 188,3 miljoen, zes procent hoger dan vorig jaar. Iets hoger was verwacht: een seizoen in de Champions League met € 43,5 miljoen aan Europese premies had meer moeten opleveren dan dit. De bedrijfslasten braken wél een record: € 206,5 miljoen, voor het eerst boven de tweehonderd miljoen.
De grens die dit jaar gepasseerd is, ligt aan de kostenkant. En dat na twee jaar ‘bezuinigingsverhalen’.
Wat verwacht was, en uitkwam
Vier dingen lagen in de lijn der verwachting, en die klopten.
Een kleine winst. Een record aan kosten. Een operationeel resultaat dat iets beter is maar nog altijd fors negatief: € 18,2 miljoen verlies, tegenover € 19,4 miljoen vorig seizoen. En compensatie uit verkopen: het resultaat vergoedingssommen sprong van € 10,3 naar € 65,5 miljoen, vooral door Jorrel Hato, Brian Brobbey en Kenneth Taylor.
Die laatste twee punten horen bij elkaar gelezen te worden. Ajax beloofde bij de halfjaarcijfers een beter operationeel resultaat. Dat is geleverd: € 1,2 miljoen verbetering. In het toernooi waar de hele kostenstructuur op gebouwd is, bleef een operationeel gat van achttien miljoen staan. Dat gat werd gedicht door spelers te verkopen.
Precies het patroon waar de vorige directie vanaf wilde.
Ajax wijst daarbij op enkele eenmalige tegenvallers: de compensatie aan toeschouwers voor de gestaakte wedstrijd tegen FC Groningen, en het ontslag van de hoofdtrainer gedurende het seizoen. Dat is terecht, maar het verklaart niet de hele kostenstijging van negen miljoen.




