De complete doorrekening: Waarom Ajax de ArenA niet koopt
Tussen onbetaalbaar sentiment en harde cijfers. En het enige wat nog wél op tafel ligt
Als je het aan de gemiddelde Ajax-supporter vraagt, moet Ajax de ArenA kopen. Het stadion draagt de naam van de grootste Ajacied ooit, de uitwijk naar Volendam voor mogelijke Conference League-playoffs is een vernedering, en PSV kan het ook. De emotionele logica is onweerlegbaar.
De financiële logica wijst de andere kant op, zoals in de vorige aflevering uitgewerkt.
En de bestuurlijke praktijk bij Ajax wijst inmiddels nog duidelijker diezelfde kant op, alleen is dat nergens expliciet gemaakt. Er is geen persbericht waarin Ajax zegt: wij kopen de ArenA niet, en dit zijn onze redenen. Er is alleen een reeks beslissingen, genomen over meerdere jaren, die samen precies dat betekenen.
Die beslissingen zijn het eigenlijke onderwerp van dit stuk.
De stille keuze
Vier feiten, bij elkaar gelegd.
1. Een contract voor 15 jaar
Ajax sloot afgelopen zomer een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Stadion Amsterdam N.V. die loopt tot 2040. Vijftien jaar. Je sluit geen vijftienjarige huurovereenkomst af als je van plan bent om over twee jaar, wanneer de 2028-overnameblokkade afloopt, de hele structuur te kantelen.
2. Huurovereenkomst verbeterd
In diezelfde overeenkomst is de huurconstructie voor de tweede keer herzien. Eerst was er al een overgang van recette-afdracht naar vaste huur per wedstrijdtype.
Nu is de Europese huur variabel gemaakt, gekoppeld aan het toernooi waarin Ajax uitkomt. Champions League duurder dan Europa League, Europa League duurder dan Conference League.
Dit zijn precies de concessies die een slimme huurder afdwingt, niet de voorbereidingen die een aankomende eigenaar treft.
3. Investeren in De Nieuwe Toekomst
Ajax investeert €60 miljoen in De Nieuwe Toekomst, de complete herontwikkeling van het trainingscomplex met uitbreiding op parkeerterrein P2. Fase 1 wordt dit jaar opgeleverd, fase 2 volgt rond 2029.
Het geheel is ingebed in De Nieuwe Kern, de 189 hectare grote gebiedsontwikkeling waarvan Ajax mede-grondeigenaar is, naast de gemeente Amsterdam, VolkerWessels en NS Stations.
Dat is Ajax’ grote infrastructurele investering van deze cyclus en die is niet gericht op het stadion.
4. Eenmalige poging aandelen kopen
De eerdere poging in 2018 om 23% van de ArenA-aandelen van de gemeente over te kopen, werd door de overige aandeelhouders geblokkeerd.
Ajax heeft daar geen vervolg aan gegeven. Geen publieke druk, geen nieuwe openingsbod, geen politiek offensief.
Tel het op en de conclusie is moeilijk te ontwijken: Ajax heeft de afslag naar stadioneigendom niet genomen.
Niet in een bestuurlijk besluit dat te dateren is, maar in de keuze welke contracten wél worden getekend en welke investeringen wél worden gedaan. De club heeft het beschikbare kapitaal en de bestuurlijke bandbreedte gealloceerd, en geen van beide is naar de ArenA gegaan.
Het klassieke voetbaldilemma
Dit is het type beslissing waar elke grote voetbalclub periodiek mee worstelt. Het stadion is voor supporters geen asset, het is identiteit.
De naam op de gevel, de tribune die hun vader kende, de herinnering aan die ene avond. Daartegen staat een directie die aandeelhouders moet verantwoorden, investeringen moet prioriteren, en kasstromen moet bewaken.
Als die twee perspectieven op elkaar botsen, wint meestal het bord met de harde cijfers. Maar niet zonder pijn, en bijna nooit hardop. Geen directie wint punten door te zeggen dat het stadion niet kopen het juiste besluit is.





