Dit is de cijfermatige bijlage bij “Cruijff koopt ruimte met alle vertrekkers”. Daar ging het over de logica achter de transferzomer; hier staan de bedragen, de constructies en de boekhouding per deal, voor wie het na wil rekenen. Het stuk is los te lezen, de begrippen komen onderweg langs.
Itakura — verkoop aan Borussia Mönchengladbach
Transfersom (wat BMG betaalt): €4,5M vast + €0,5M bonus
Wat Ajax daarvan ontvangt: ~€3,5M, ná overige kosten (€0,675M) en solidariteitsafdracht (€0,225M)
Restboekwaarde: €7,875M (aankoop €10,5M in 2025, vierjarig contract, één jaar afgeschreven à €2,625M)
Doorverkooppercentage: bedongen, maar €0 nu (voorwaardelijk)
Berekend transferresultaat: −€4,28M
VRIJGESPEELDE JAARLASTEN: €5,5 tot 6,5M
Begin bij dat mediaverschil, want dat is minder mysterieus dan het lijkt. De €3,5M (Duitse media) en de €4,5M (Nederlandse media) spreken elkaar niet tegen. Het is het klassieke verschil tussen wat de kópende club betaalt en wat de verkópende club ontvangt.
BMG legt €4,5M neer; daar gaan Ajax’ eigen kosten (intermediairs, speler) en de solidariteitsafdracht vanaf, en dan houdt Ajax er ongeveer €3,5M aan over. En berichtgeving kleurt naar de bron: BMG heeft belang bij het lage getal, Ajax bij het hoge. Beide “kloppen”, ze meten alleen iets anders.
En hier komt het punt dat in het hoofdstuk hiernaast centraal staat, kort samengevat: een transfersom en een betaling zijn twee verschillende dingen. De transfersom is de contractuele prijs; óf en hóé die betaald of verrekend wordt, staat daar los van. Je kunt een openstaande schuld verrekenen met een nieuwe vordering (dat mag, en gebeurt hier waarschijnlijk ook), maar dat verlaagt de transfersom niet, en het verlies evenmin.
Toch klinkt de “verrekende termijnen”-verklaring overtuigend, en dat komt door een rekensom die per ongeluk uitkomt.
Stel (puur hypothetisch, nergens bevestigd) dat Ajax de €10,5M in vier termijnen betaalde en er na één jaar nog drie openstonden: ~€7,9M. Tel dat op bij de €3,5M die Ajax nu “maar” ontvangt, en je komt op €11,4M.
Dat is verdacht dicht bij wat Ajax ooit betaalde, en precies wat het gevoel zegt dat de deal “eigenlijk” waard is.
Maar het is toeval, gevoed door ongeloof over een ongunstige uitkomst. Je telt een ontvangst (een transfersom) op bij een schuld (een betaling): appels en peren.
De nuchtere realiteit is dat BMG een speler voor een koopje terugkrijgt zónder er cash voor te hoeven overmaken.
De waarschijnlijkste lezing is dat deze deal de rekening tussen beide clubs juist gelijktrekt: Ajax had nog een deel van de oude €10,5M openstaan: grofweg ter grootte van de nieuwe transfersom (opnieuw: Ajax betaalde 10,5 miljoen, maar BMG ontving destijds ±8.5-9 miljoen; de helft is 4.5 miljoen). En nu factureert Ajax die nieuwe som aan BMG, en per saldo stroomt er nauwelijks geld.
Onder de streep verandert dat niets aan de kern: gekocht voor €10,5M, verkocht met een boekverlies van ruim €4M. Een verlies om te nemen en verder te gaan.



