De Steur-transfer in 10 vragen
Van “ordinair voor het geld gaan” tot wat Ajax wel en niet met de opbrengst kan doen.
De verkoop van Sean Steur aan Newcastle roept bij supporters veelal dezelfde soort vragen op: kan Ajax dit geld nu ergens aan besteden, had de club het bod niet gewoon kunnen weigeren, en klopt het beeld dat er nu een “pot geld” vrijkomt? Hieronder de tien vragen die het vaakst terugkomen, kort beantwoord.
1. Helpt de Steur-cash om een speler als Ceballos (of andere dure namen) te halen?
Minder dan het lijkt, en de reden zit in de boekhouding. Ajax heeft jaarlijks een bepaald bedrag aan transferwinst nodig (grofweg €40 miljoen) om de kostenkant van transfers, oftewel de afschrijvingen, te compenseren. Dat is geen keuze, dat is een gat dat sowieso gevuld moet worden, elk boekjaar opnieuw.
Omdat Steur een zelf opgeleide speler is, zonder boekwaarde om tegen weg te strepen, valt zijn hele verkoopprijs vrijwel volledig als winst in dat gat. Zijn transfer is dus in de eerste plaats de manier waaróp Ajax dit jaar aan die verplichte €40 miljoen komt, niet een zak geld die daar bovenop komt.
Concreet voor de vervanger of andere aankopen. Die gaan afschrijvings- en salarisruimte innemen. En die is niet (veel) vrijgekomen. Ook voor iets als het tekengeld van een transfervrije speler als Ceballos, of vergelijkbare namen die deze zomer rondgaan, is een ander potje geld nodig.
Natuurlijk is geld zeer welkom, bruikbaar en misschien zelfs een soort van onverwachte meevaller. Maar de framing “Steur levert budget op” klopt dan niet: het is een jaarlijkse, noodzakelijke vulling van een gat in de begroting. Geen extraatje.
2. Is deze verkoop sowieso goed voor de liquiditeit?
Ja, dat vrijwel zeker. Boekwinst en kasstroom zijn twee verschillende dingen: winst is wat er in de jaarrekening staat, liquiditeit is wat er op de bankrekening binnenkomt. Een transfer van deze omvang verbetert die cashpositie, los van hoe de winst geboekt wordt.
Eén kanttekening: grote transfers worden in het voetbal vaak in termijnen uitbetaald over meerdere jaren, dus hoeveel van de €27 miljoen dit boekjaar al binnenkomt, hangt af van betalingsvoorwaarden die nog niet openbaar zijn.
3. Kan de winst dienen als buffer om verlieslatende verkopen te compenseren?
Ja, en dit is een reëel mechanisme. Het transferresultaat wordt over het hele boekjaar bij elkaar opgeteld: winst op de ene verkoop naast verlies op de andere.
Moet Ajax spelers die onder een vorig bewind (zoals dat van Sven Mislintat) zijn gehaald en zijn achtergebleven bij de verwachtingen alsnog met verlies verkopen, dan absorbeert een grote meevaller als Steur dat verlies in het totaalplaatje.
Dat is precies waarom dit soort transfers ook druk van andere, minder florissante dossiers afhaalt.
Zie bijvoorbeeld de contractontbinding van Branco van den Boomen. Waarschijnlijk, maar niet zeker, is er door Ajax een kleine afkoopsom betaald om de achteruitgang in salaris deels te dekken. Dat helpt de transfer naar een club als Angers SCO met een kleine begroting. Voor de boeken is dat een transferverlies, dus dat komt die grote plus van Steur goed van pas.
4. Had Ajax het bod niet gewoon kunnen weigeren?
Contractueel wel. Steur lag nog vast tot medio 2028, Ajax had geen leverplicht. Maar “kunnen weigeren” doet voorkomen alsof de macht volledig bij de club ligt, en dat is minder zwart-wit dan het lijkt.
Sinds de Diarra-uitspraak van het EU-Hof uit 2024 is het risico voor een nieuwe club om een speler over te nemen die eenzijdig met zijn contract breekt, kleiner geworden. Dat versterkt in principe de onderhandelingspositie van spelers tegenover hun club.
Een speler loopt niet zomaar weg, maar het dreigement dat hij dat overweegt weegt tegenwoordig zwaarder dan pakweg tien jaar geleden. Met een speler die zelf weg wilde en een bod ver boven de modelwaarde, was weigeren dus het risicovollere pad, niet het veiligere.
Bovendien, de transfersom is een veelvoud van waar Steurs waarde op geschat werd door de bekende marktwaarde-indicatoren (bijv. Transfermarkt €7M en SciSports Estimated Transfer Value €3.8M). Dat laat al zien dat Ajax misschien zelfs wel een dermate hoog prijskaartje aan hem hing waarmee ze dachten dat niemand daar aan zou voldoen. Totdat er dus Saoedisch Premier League-geld op tafel kwam…
5. Hoeft Ajax nu minder urgent Godts te verkopen? En wat zou de beste besteding zijn als het toch gebeurt?
Enigszins. Ajax heeft jaarlijks zo’n €40 miljoen aan transferwinst nodig; Steur levert daar in één klap ruim de helft van. Dat haalt concrete druk van andere dossiers, Godts inclusief. Hij hoeft niet per se dit venster nog te vertrekken puur om de begroting rond te krijgen. Terwijl hij vooraf nog gezien werd als wiens verkoop nodig was om het gat te dichten.
Maar minder financiële noodzaak is niet hetzelfde als geen vertrek: zijn eigen voorkeur, zijn marktwaarde op dit moment en interesse van clubs blijven onafhankelijke factoren. Mocht hij alsnog gaan, voor 35 of 40 miljoen, dan is het vaak verstandiger om (een deel van) die meevaller te gebruiken om een bestaand, kostbaar contract af te kopen dan om een nieuwe dure aankoop te doen: een aankoop voegt structurele lasten toe (salaris plus afschrijving), een afkoop haalt een terugkerende last juist weg.
En een flinke plus schrijven op transfers doet het altijd goed in media. Bovendien is het altijd de vraag of Godts de stijgende lijn vasthoudt.
Wat moeten spelers als Kaplan, Gaaei of Dolberg minimaal opleveren?
6. Is het “geen structurele lasten van incidentele winst”-argument niet te rigide? Je kunt toch gewoon spelers kopen met dat geld?
Terechte kanttekening, en die verdient een scherpere formulering. Een transfersom betalen voor een nieuwe speler is geen pure uitgave, het is een balansruil: cash wordt een spelersregistratie, allebei activa, gefinancierd door de toename van het eigen vermogen die de winst oplevert. Dát is op zichzelf niet onverstandig, ook niet bij grote bedragen.
Het echte risico zit niet in de aankoopsom, maar in wat daar automatisch bovenop komt: het salaris, dat een vaste jaarlijkse last blijft ongeacht of er volgend jaar weer zo’n grote verkoop is. De vraag is dus niet “mag je transferwinst uitgeven aan spelers”, maar “is het loonhuis dat je daarmee optuigt houdbaar zonder dat dit elk jaar opnieuw gebeurt.”
Duurdere Dolberg of topper als Tadić? Financiële blik op Jordi's verlanglijst
Stel je koopt een talent van 21. Dan is de contractlengte geen vraag, maar een rekensom met één antwoord: zo lang mogelijk.
7. Is Ajax niet gewoon ordinair voor het geld gegaan en hadden ze Steur geen topsalaris moeten bieden?
Dat hangt af van wat je “ordinair” noemt. Ajax hanteert een salarisarchitectuur waarin het gemiddelde loon in de A-selectie rond de €2 miljoen per jaar ligt; elke speler die daar fors boven zit, betekent dat iemand anders eronder moet zitten.
Een achttienjarige met een handvol basisplaatsen past normaliter niet aan de bovenkant van die schaal. En al helemaal niet op het niveau waarmee je de Premier League verslaat, want die loonstrijd wint Ajax sowieso niet, welk bedrag er ook wordt geboden.
Vanuit die architectuur is dit geen zuinigheid, maar discipline: een uitzondering voor Steur zet een precedent voor de volgende zaakwaarnemer die hetzelfde wil voor een vergelijkbaar profiel. Of dat verstandig was, hangt dus af van hoeveel gewicht je geeft aan die interne consistentie tegenover het risico een talent alsnog kwijt te raken.
8. Waarom roepen media en de club dat dit geld “beschikbaar” is om te investeren?
Omdat het richting klopt, maar niet als je het letterlijk neemt. Een grote verkoop vergroot het eigen vermogen en de manoeuvreerruimte van de club; dat is een balansverhaal.
Dat die ruimte er is, betekent niet dat er letterlijk een gelabeld potje van €27 miljoen “vrijkomt” dat één-op-één naar een aankoop gaat. Clubs en media praten vaak in die vereenvoudigde termen omdat het makkelijker communiceert dan de onderliggende boekhouding. En die boekhouding is waar de clubs financiële gezondheid op wordt getoetst door accountants, de KNVB en de UEFA.
9. Klopt het dat Ajax maximaal 40% van een transfersom herinvesteert?
Deze regel is inderdaad ooit uitgesproken, door Alex Kroes, als vuistregel om het ontbreken van Champions League-inkomsten en een te hoge salarislast te compenseren.
Twee kanttekeningen: het was Kroes’ eigen richtlijn, niet noodzakelijk exact het beleid van Cruijff nu, en zelfs Kroes brak hem zelf een keer in de praktijk. Behandel het dus als een indicatie van de denkwijze binnen de club, niet als een harde, nog altijd geldende norm.
10. Is 27 miljoen wat Ajax ook echt overhoudt, en wat betekent de doorverkoopclausule van 12,5%?
Nee, nooit het volle bedrag. Van elke transfersom gaan standaard makelaarscommissie (doorgaans 10 tot 15%) en een FIFA-verplichte solidariteitsafdracht van 5% af, verdeeld onder de clubs waar de speler tussen zijn twaalfde en eenentwintigste speelde. Bij Steur, die al vanaf jonge leeftijd bij Ajax zat, zal die laatste afdracht beperkt zijn, maar de makelaarskosten tikken sowieso aan. Het exacte nettobedrag ligt dus altijd lager dan de krantenkop. Reken op zo’n €20-21 miljoen winst in de boeken.
De doorverkoopclausule werkt los daarvan: verkoopt Newcastle Steur ooit door voor een hoger bedrag, dan krijgt Ajax 12,5% van die volgende transfersom. De manier waarop een verkopende club alsnog meedeelt in de waardestijging van een speler die ze eigenlijk te vroeg lieten gaan.
Het andere extraatje wat snel vergeten wordt: de solidariteitsbijdrage van toekomstige transfers. Dat is voor Steur zo’n 2.25% oftewel €225K van elke €10M aan transfersom. Dus stel dat hij over twee of drie jaar voor €40 miljoen een stap omhoog maakt, dan krijgt Ajax €1.6-2 miljoen aan doorverkoop (afhankelijk van uitgekeerde bonussen) plús €900K aan solidariteit.





