De Steur-saga zet het verdienmodel van Ajax op scherp
Waarom het vertrek van Sean Steur geen transferverhaal is, maar een vraag over het verdienmodel
Sean Steur gaat naar Newcastle. Een transfersom die inclusief bonussen kan oplopen tot zo'n 27 miljoen euro, een contract voor vijf seizoenen, een persoonlijk akkoord dat al rond was voordat de meeste abonnees hun ochtendkoffie hadden ingeschonken.
Zijn verbintenis in Amsterdam liep nog tot medio 2028; Ajax had dus geen enkele leverplicht. En toch vertrekt hij, achttien jaar oud, met tien jaar jeugdopleiding en 26 officiële duels voor de Ajax-hoofdmacht waarin, toepasselijk genoeg, zijn ene doelpunt tegen Feyenoord viel.
Een prijs die je niet weigert
Voordat er één woord over het businessmodel wordt gezegd, verdient dit bedrag op zichzelf een moment stilstand. Met deze transfersom voegt Steur zich bij de vijftien duurste uitgaande Ajacieden ooit, in het gezelschap van namen als Klaas-Jan Huntelaar, Wesley Sneijder en Luis Suárez. Dat is geen categorie waar een achttienjarige met 26 duels normaliter in thuishoort.
“Op transactieniveau is dit voor Ajax nauwelijks een dilemma.”
Zet daar de taxaties naast. SciSports houdt de Estimated Transfer Value van Steur op 3,8 miljoen, Transfermarkt op circa 7. Newcastle betaalt dus grofweg een veelvoud (vier tot zeven keer) van wat de gangbare modellen hem waard achten. Dat is geen overbetaling van een naïeve koper; dat is een club die betaalt voor wat Steur wórdt, niet voor wat hij nu is.
Met andere woorden: op transactieniveau is dit voor Ajax nauwelijks een dilemma. Een bedrag van deze orde, voor een speler zonder aflopend contract en zonder gegarandeerde basisplek, weiger je niet.
De vraag die overblijft gaat dus niet over déze deal, want die verdient zichzelf terug op elk rekenmodel dat je erop loslaat. De vraag gaat over het patroon waar hij in past.



