De motor moet gaan draaien, maar het is stil rond Míchels staf
De trainer is er, de eerste training staat voor 22 juni. Maar wie vult de staf, en waarom duurt dat zo lang?
Míchel is weken geleden aangetrokken, en de klok tikt: de eerste training staat gepland op 22 juni, het eerste trainingskamp begint op 6 juli. Hij moet dus over enkele dagen aan de slag. En toch blijft het rond zijn staf opvallend stil.
Eén naam meldde zich publiek, Juanvi Peinado, en dan nog via zijn eigen Instagram (en van zijn oude club), niet via Ajax zelf. Van Míchels vaste rechterhand Salva wordt aangenomen dat hij meekomt, maar bevestigd is ook dat niet. Verder vooral veel niets.
Dat is waar dit stuk over gaat. Niet over de hele organisatie, lees daarvoor het artikel over het organogram, maar over die ene vraag die nu telt: wie neemt Míchel nog meer mee, en wat zegt de samenstelling van die staf?
Want het woord dat deze periode bepaalt, is samenwerking, en Ajax zei zelf dat de nieuwe rolverdeling zich “de komende maanden moet uitkristalliseren”. De staf is de plek waar je kunt aflezen of die samenwerking gaat werken. En daar kristalliseert voorlopig weinig.
De kern die beslist
Begin bij wat wél vaststaat. Míchel vormt met zijn assistenten, met Joel Lara als persoonlijke scout en met de technisch managers Siem de Jong en Daniël de Ridder een kleine, hechte kern rond Jordi Cruijff.
Tel daar Óscar García bij op, die naar alle waarschijnlijkheid aanblijft bij Jong Ajax (er is wat lauwe interesse van elders, maar de kans dat hij blijft is groot) en je hebt een overwegend Spaanstalig groepje met korte lijnen.
Dat is bewust. De meest gehoorde kritiek van de afgelopen seizoenen, intern én extern, was dat te veel mensen meebeslisten over voetbalzaken. Een kleine kern die snel schakelt, is daar het directe antwoord op.
Tegelijk circuleren er verhalen van een kern die wel érg op zichzelf staat: van bevriende, Spaanse zaakwaarnemers tot aan het apart reizen naar wedstrijden toe van Lara en Cruijff.
Het is verleidelijk om het een “Spaanse enclave” of “het vriendenclubje van Jordi” te noemen. Maar dat zijn conclusies, geen waarnemingen. Dezelfde hechte kern is óf de noodzakelijke daadkracht voor een verlamde organisatie, óf een groep die zich afsluit van de rest. Welke van de twee, daar gaat de zomer over.
Wie komt er nog bij?
Hier wordt het interessant, en cijfermatig relevant. Peinado en Salva zijn allebei klassieke assistent-trainers: hetzelfde profiel, het type staf dat élke coach meebrengt. Juist daarom is niet eens zeker dat ze allebei komen: Peinado meldde zichzelf, terwijl Salva tot dusver vooral een logische aanname is en niet bevestigd.
De media melden dat Ajax zelf nog één assistent toevoegt en dat de rest via Míchel loopt. Dan resteren twee, misschien drie namen. En de hele vraag is: welk type of rol?
Daar splitst het namelijk. Een keeperstrainer of nog een tactische assistent erbij verandert niets aan de organisatie eronder. Maar brengt Míchel óók eigen performance-, medische of datamensen mee, dan komt er mogelijk een parallelle laag náást de afdelingen die Ajax juist had samengevoegd over de BVO en de jeugd heen.
Precies dáár zit het verschil tussen “normale staf” en dubbeling, en ook tussen schone kosten en extra kosten.
De afdelingen eronder schuiven al
Dat is geen theorie. Hoofd Topsport Martijn Redegeld is vertrokken, terug naar de wielerwereld; een vervanger is er nog niet, en de kans is reëel dat er meer mensen uit de medische en performancehoek volgen.
Ook de scouting is onduidelijk, en dat lijkt nu al iets concreets te kosten: de komst van talent Ribeiro is afgeketst, naar verluidt door trage besluitvorming die voortkomt uit precies die onduidelijkheid. Wat wél rondkomt, Fouad Zahouani voor Jong Ajax, met de vraag of dit uit de bestaande Ajax-scouting is gekomen of via het netwerk van Lara en Cruijff.
Lees hier meer over waarom Zahouani zo’n €300K gaat verdienen
Hier hoort geen oordeel bij, maar een weegschaal. Veel vertrek, ontevreden medewerkers en onrust kan in elke organisatie twee dingen betekenen: dat er eindelijk goed beleid wordt gevoerd en de zittende mensen vooral moeten wennen aan verandering, óf dat nieuw beleid verstoort en afbreekt wat met jaren is opgebouwd.
We weten niet eens precies wie en wat er goed werkte. En de voetballerij is geen hogere wiskunde: er lopen genoeg scouts, performance- en datamensen rond die niet onderdoen voor wie er nu zit. Het vertrek is dus een risico, geen vonnis.
Wat het kost
Voor Ajax Financials telt uiteindelijk de rekening. Míchel zelf is het dure deel, naar schatting €2,5 tot 3,5 miljoen per jaar, onder zijn Girona-niveau maar ruim boven wat Ajax ooit een trainer betaalde.
Salva en Peinado zijn daarbij relatief goedkoop, en García naar Jong Ajax kost niets extra: hij ligt al vast tot 2027. Het hele geïmporteerde stafpakket komt zo grofweg op €4 à 5 miljoen.
Maar dat brutobedrag is niet waar het om draait. De echte kostenvraag is de dubbeling: elke performance-, data- of medische kracht die Míchel bovenop de bestaande afdelingen zet, plus de afkoop van wie vertrekt, minus de salarissen die vrijvallen. En daar komt de prijs van vertraging bij.
Waarom duurt het zo lang?
Dat is de vraag die boven alles hangt. De data dringen: 22 juni de eerste training, 6 juli op kamp, 23 juli al de Conference League-kwalificatie. Míchel stapt dus eerder in dan 1 juli door zijn contract te laten ontbinden, maar het apparaat om hem heen is nog niet af.
Ook dat laat zich twee kanten op lezen: als zorgvuldige opbouw (afkoopsommen, mensen netjes loskoppelen, de juiste profielen zoeken) of als teken dat de structuur intern nog niet staat. De afgeketste Ribeiro suggereert dat het laatste in elk geval meespeelt. Tegelijk heeft Jordi Cruijff het druk met zijn grote ambities en kan hij niet toveren.
De motor moet gaan draaien, en de trainer zit straks achter het stuur. Maar een motor is zijn onderdelen, en juist die worden nu mondjesmaat ingevuld. Zodra de staf compleet is, weten we welke lezing klopt: daadkrachtige kern, of clubje dat zich afsluit. Tot die tijd is de stilte zelf het meest veelzeggende signaal.




