Het ging even los. Na dagen waarin de transfermarkt van Ajax muurvast leek te zitten (alles hing op Mika Godts), buitelden de deals ineens over elkaar heen. En met die deals kwamen de verhalen.
Rare bedragen, ongebruikelijke constructies, en respectabele bronnen die elkaar tegenspraken. Itakura zou voor 3,5 miljoen gaan, of toch 4,5. Sutalo leek plots méér op te leveren dan de duurdere Itakura. En al snel werd geopperd dat het lage Itakura-bedrag te maken had met “verrekende betaaltermijnen”.
Laat je er logica op los, dan valt het meeste te verklaren. Niet als foutjes, niet als trucs, maar als symptomen van één beweging. Want onder al die deals ligt hetzelfde principe: Jordi Cruijff ruilt transferwinst en boekwaarde in voor ruimte in de jaarlasten (salaris en afschrijving) om onder tijdsdruk zijn selectie te kunnen versterken.
De bedragen die je in de media ziet, zijn niet het doel. Ze zijn de prijs van die ruimte. Wie op de bedragen let, kijkt naar het verkeerde getal.
Van stilstand naar cascade
Cruijff begon de transferperiode voortvarend en aanvallend: eerst de selectie versterken, het geld daarvoor pas achteraf vrijmaken. Maar lange tijd bleef hij juist óp of ónder de budgetten van vorig jaar. Wel zocht hij de grenzen op: nieuwe spitsen kopen terwijl de oude nog niet verkocht waren, hogere salarissen mogelijk maken door kosten vooruit te schuiven of jaarlasten te verplaatsen van transfersom naar salaris. Creatief en handig, maar ook complex.
En toen liep het vast. Op Godts. Ajax wist dat het minimaal nodigde wel te halen was, maar wilde de hoofdprijs; PSG wist dat de tijd in hún voordeel werkte, juist omdat ze zagen dat het bij Ajax op de financiën was vastgelopen. Het eerste bod van rond de 45 miljoen ging resoluut van tafel, maar uiteindelijk landde de deal op een totaalpakket van zo’n 55 miljoen. Let wel: over de vaste transfersom werd opvallend weinig geschreven, maar die ligt richting de 45 miljoen, en de rest bonussen.
Genoeg om verder te kunnen, al had de tien à vijftien miljoen extra die écht lucht gaf er niet in gezeten. Het gat werd gedicht; een ruime marge ontstond er niet.
Wat wél ontstond, was speelruimte om op andere verkopen minder winst te hoeven pakken. En dus kwam de cascade:
Kaplan, geblesseerd en even niet inzetbaar, ging voor een minimale 2,5 miljoen naar NEC, geen transferwinst (of -verlies), maar wel van zijn jaarlasten af.
Konadu, inmiddels vierde spits, werd verhuurd: salaris dit jaar van de balans, koopoptie als vangnet.
Torrents kwam in een onconventionele constructie waarin Barcelona de economische touwtjes in handen hield.
En dan Itakura en Sutalo: de twee deals waarover de meeste verwarring ontstond.



