Ajax vaart mee op de Engelse gekte, maar mist de boot
Recordsom na recordsom in Engeland, en Ajax verdient er stilletjes aan mee. Toch maakt elke Engelse transfer de afstand tot Amsterdam een stukje definitiever.
De transfersommen in Engeland breken opnieuw alle records. Ajax verdient eraan mee: als toeleverancier. Maar wie de vier lagen onder de gekte bekijkt, ziet dat elke Engelse recordsom de kloof met Amsterdam een stukje definitiever maakt.
Morgan Rogers gaat voor zo’n €138 miljoen van Aston Villa naar Chelsea, een week nadat Manchester City €135 miljoen betaalde voor Elliot Anderson. Twee Britse records voor Britse spelers, in één zomer, terwijl de teller van het venster al ruim boven de £1 miljard staat. Vorig jaar sloot de Premier League af op £3,19 miljard.
Want terwijl in Engeland de records sneuvelen, speelt Ajax donderdag zijn eerste kwalificatiewedstrijd voor de Conference League. Het derde Europese niveau, en dit seizoen misschien wel het hoogst haalbare. Dat contrast, £117 miljoen tegenover een voorronde op niveau drie, is het hele verhaal in één avond.
Toch is dit geen verhaal om blij van te worden. Wie de Engelse inflatie ontleedt, vindt vier lagen. En op elke laag staat Ajax aan de verkeerde kant van de streep.
Laag 1: de Europese geldregen
Inflatie begint bij koopkracht. Het Engelse tv-contract is al jaren de bodem onder alles, maar dat is een stabiele bodem, en verklaart niet waarom uitgerekend nú de records sneuvelen. Wat dit venster laat exploderen, komt van buiten de competitie: het Europese en mondiale geld, dat deze zomer uit meerdere kranen tegelijk stroomt.



