Aanstelling van Cruijff is goed nieuws met oude reflexen
De rol van Ophof en de verwachtingen van de Vereniging rond Jordi Cruijff
Het mondelinge akkoord tussen AFC Ajax en Jordi Cruijff als technisch directeur is op meerdere fronten goed nieuws. Ajax zet een volgende stap in het opnieuw opbouwen van de technische as die eerder expliciet is afgesproken: eerst een technisch directeur, daarna pas een trainer. Geen haastwerk, geen paniekvoetbal.
Ook de gekozen timing past daarbij. Cruijff kan per direct beginnen als titulair directeur, maar wordt pas statutair benoemd na de transferperiode, begin februari. Dat geeft ruimte om rustig in te werken, zonder dat zijn handtekening al onder de winterse keuzes komt te staan. Sportief en technisch heeft Cruijff ervaring, maar hoe dat zich bij Ajax vertaalt, is nog even afwachten.
Dat maakt de aanstelling begrijpelijk. De context eromheen is dat minder.
Een detail dat meer zegt dan bedoeld
In de berichtgeving over het akkoord viel één passage extra op. Niet vanwege Jordi Cruijff, maar vanwege Edo Ophof. Hij zou samen met leden van de Raad van Commissarissen en de directie de stemming binnen de club hebben gepeild.
Formeel is dat opmerkelijk. Ophof is op dit moment geen commissaris en geen directielid. Hij is technisch adviseur van de Bestuursraad, die op haar beurt het bestuur vormt van de Vereniging AFC Ajax, de meerderheidsaandeelhouder van de NV. In governance-termen staat hij dus (bewust en bedoeld) ver af van de dagelijkse leiding en het toezicht op de NV.
In de praktijk wordt die afstand hier juist overbrugd.
Dat is geen detail. Het laat zien hoe bij Ajax formele structuren en informele invloed opnieuw naar elkaar toe worden getrokken. De Vereniging, via een prominent lid, wordt vroegtijdig meegenomen in een proces dat formeel bij de RvC hoort. Precies dat spanningsveld is een bekend Ajax-patroon.
Brugfunctie als signaal
De rol van Ophof zegt namelijk niet alleen iets over hem, maar vooral over het enthousiasme binnen de Vereniging. En dat enthousiasme lijkt breder en dieper dan enkel een rationele afweging over een technisch directeur met internationale ervaring.
De brugfunctie die Ophof vervult, tussen Vereniging, RvC en directie, suggereert dat de Vereniging zich nadrukkelijk herkent in deze keuze. Dat is begrijpelijk. Maar het roept ook de vraag op waaróm dat zo is.
En daar komt onvermijdelijk de naam Cruijff om de hoek kijken.
De terugkeer van oude hoop
Voor veel prominente leden binnen de Vereniging is de naam Cruijff onlosmakelijk verbonden met de Fluwelen Revolutie en het Plan Cruijff. Dat zijn geen abstracte begrippen, maar concrete episodes waarin de Vereniging een grote rol speelde in het hertekenen van de macht en de koers binnen Ajax.
Het is aannemelijk dat juist deze groep, die destijds actief betrokken was, nu hoopt dat met Jordi Cruijff iets van de ideeën zijn vader alsnog wordt binnengehaald. Niet per se expliciet, maar wel impliciet: via visie, via werkwijze, via een andere benadering van voetbalbeleid.
De manier waarop Ophof wordt gepositioneerd als brugfiguur, versterkt dat beeld. Het laat zien dat de Vereniging niet alleen instemt, maar zich ook emotioneel en historisch aan deze keuze verbindt.
Mediaframing helpt het beeld
De media dragen daar bewust of onbewust aan bij. Niet door te stoken, maar door te framen. Zo is Marijn Beuker de afgelopen weken steeds nadrukkelijker neergezet als:
“de enige die Cruijff niet als eerste keuze had”;
“alleenheerser over de voetbalvisie”;
gesteund door Louis van Gaal.
Daarmee wordt een duidelijke lijn getrokken: Beuker als verlengstuk van Van Gaal, gericht op structuur, beleid en controle. Cruijff daartegenover als iemand die juist óók voetbalvisie en inhoud meebrengt, en niet de pure dealmaker is.
Die tegenstelling grijpt terug op een oude vete tussen Johan Cruijff en Van Gaal. Historisch verklaarbaar, maar inhoudelijk gevaarlijk. Want Jordi Cruijff is die vete niet. Hij draagt alleen de naam.
De echte uitdaging voor Jordi Cruijff
En precies daar ligt zijn grootste uitdaging. Niet sportief. Niet technisch. Maar symbolisch.
Het risico is dat Jordi Cruijff straks niet wordt beoordeeld op:
de kwaliteit van zijn technische beslissingen,
de rust die hij brengt,
of de manier waarop hij samenwerkt binnen de bestaande structuur,
maar op de vraag:
hoe goed hij de ideeën van zijn vader alsnog weet binnen te halen.
En dat terwijl hij technisch directeur wordt, geen algemeen directeur, en formeel nauwelijks instrumenten heeft om governance of machtstructuren te veranderen.
Slot: goed nieuws als deken
Wat Ajax vaker ziet, dreigt ook hier te gebeuren. Goed nieuws (betere sportieve resultaten, meer rust op het veld, en nu de aanstelling van een technisch directeur) werkt als een deken. Het dempt de aandacht voor bestuurlijke problemen die nog altijd zichtbaar zijn.
De rol van Ophof is daar een symptoom van. Geen schandaal, geen fout, maar wel een teken dat Ajax bestuurlijk nog steeds dezelfde reflexen vertoont: informeel aftasten, draagvlak organiseren, geschiedenis laten meewegen.
Het echte werk begint dus pas nu. Niet alleen voor Jordi Cruijff, maar voor Ajax zelf.

