Het jaarverslag gaat over meer dan transfers. Het laat ook zien hoe Ajax zijn bestuurders beloont, hoe het met belangenverstrengeling omgaat, hoe het zijn kas op orde houdt en welke koers het wil varen.
De hoofdlijn is bekend: € 2,0 miljoen nettowinst, na € 37,3 miljoen verlies een jaar eerder. De transferposten, van de meevaller in het transferresultaat tot de verplichtingen van deze zomer, kregen van Ajax Financials een eigen stuk. Dit stuk gaat over de rest.
Wie verder leest dan het persbericht, vindt tien details die meer vertellen dan dat ene getal.
1. Jordi Cruijff: volle bonus in een half jaar zonder transferperiode
Het remuneratieverslag zet de afspraken op een rij: € 850.000 management fee, € 425.000 tekengeld, maximaal € 350.000 managementbonus en maximaal € 400.000 sportieve bonus. Op jaarbasis.
Opvallend is een contractuele bepaling. De management fee over 2025/26 bedraagt voor Cruijff € 425.000, precies de helft van het jaarbedrag. Hij trad echter pas op 1 februari aan en werd op 9 maart statutair bestuurder. Pro rata was dat ongeveer € 354.000 geweest.
Daarbovenop kreeg hij de volledige managementbonus van € 350.000. De RvC oordeelde dat de doelen op het gebied van management, organisatie en transferzaken zijn behaald. Maar Cruijff kwam ná de wintertransferperiode binnen, en zijn eerste boekjaar liep af vóór de zomerperiode begon. Voor transferzaken viel in dat halve jaar dus weinig te doen.
Wat er wél lag: de aanstelling van Oscar García, eerst bij Jong Ajax en in maart bij Ajax 1, waarschijnlijk de voorbereiding op de komst van Míchel, en waarschijnlijk veel werk achter de schermen. Over dat werk werd juist vaak gezegd dat Cruijff het solistisch deed. Daarvoor kreeg hij 100% van zijn managementbonus.
De sportieve doelstellingen haalde hij niet, dus die bonus bleef uit. Van zijn totale beloning was 44,5% variabel.
De tabel met bezoldigingen noemt € 659.130 over de periode vanaf 9 maart. Zijn eerste vijf weken als titulair directeur vallen daarbuiten.
Het contrast met de algemeen directeur is groot. Menno Geelen zag op eigen initiatief af van al zijn bonussen. Hoeveel dat was, meldt Ajax niet, maar het is te schatten. De doelstellingen van Shashi Baboeram Panday zijn vrijwel hetzelfde omschreven. Panday zag níet af van zijn bonus: hij kreeg € 43.750 van maximaal € 50.000 aan managementbonus (87,5%) en € 5.000 van maximaal € 30.000 aan sportieve bonus (circa 17%).
Pas je die verhoudingen toe op Geelens maxima van € 75.000 en € 50.000, dan liet Geelen ongeveer € 75.000 liggen van de maximale € 125.000.
2. Indonesië: formeel netjes, maar niet zonder vraagtekens
Onder “verbonden partijen” staat een ongebruikelijk uitgebreide passage. De gesprekken met de Indonesische voetbalbond PSSI over een commerciële samenwerking liepen al in 2024/25. Na balansdatum is daar een overeenkomst uit voortgekomen. Volgens Ajax begonnen de gesprekken vóór er contact was met Cruijff over de functie van technisch directeur.
Cruijff is adviseur van PSSI, en volgens zijn bestuurdersprofiel is hij dat nog steeds. Directie en RvC hebben er daarom op toegezien dat hij geen rol had in de beraadslaging en besluitvorming. Daarmee bevestigt Ajax dat het protocol voor belangenverstrengeling is gevolgd. Met de expliciete vermelding dat de overeenkomst marktconform is, wil Ajax ook de zorg wegnemen dat een van beide partijen een voordeligere deal kreeg dankzij die dubbele band.
De volgorde die Ajax als geruststelling aanvoert, werkt echter in twee richtingen. Ze laat zien dat Cruijff de deal niet heeft binnengebracht. Ze laat ook zien dat Ajax een technisch directeur aanstelde die verbonden was aan een partij waarmee de club op dat moment al onderhandelde. Het belangenconflict ontstond dus bij de benoeming.
Daar komt het verschil tussen besluit en uitvoering bij. Cruijff bleef buiten het sluiten van de overeenkomst. Maar een samenwerking met een voetbalbond raakt al snel aan de inhoud: jeugdopleiding, kennisuitwisseling, wedstrijden. Dat is precies zijn portefeuille. Wie de afspraken niet mocht maken, krijgt ze straks mogelijk wel uit te voeren.
Toch blijft het wringen. Aan de Indonesische kant wordt Cruijff wél genoemd in verband met de samenwerking. Formeel is het dossier sluitend, maar in de praktijk is de scheiding minder scherp dan de jaarrekening doet vermoeden.
3. De afkoopsommen van Heitinga en Keizer: niet gespecificeerd, wel te schatten
De stijging van de personeelskosten wordt onder meer verklaard door “hogere kosten afkoopsommen”. Het gaat om het vertrek van John Heitinga en zijn assistent Marcel Keizer, en mogelijk om een afwikkeling met Oscar García na afloop van het seizoen. Bedragen noemt Ajax niet.
De orde van grootte is wel te bepalen. De kosten voor de technische en medische staf stegen van € 16,9 naar € 18,4 miljoen, een stijging van € 1,5 miljoen. Daarin zitten ook gewone loonstijgingen, extra staf voor het nieuwe gebouw en de premies voor het Champions League-seizoen. De afkoopsommen vallen daar dus binnen en lopen niet in de vele miljoenen.
Er is nog een kanttekening. Een afkoop kan ook de vorm van doorbetaling hebben, waarbij het salaris tot het einde van het contract doorloopt. Dan is er geen losse afkoopsom en verdwijnen de kosten ongemerkt in de reguliere loonsom.
4. Premies verdwijnen uit beeld
Vorig jaar vermeldde het jaarverslag nog hoeveel van de voetbalsalarissen uit wedstrijdpremies bestond: € 3,4 miljoen, oftewel 4,1%. Dit jaar ontbreekt dat getal. De jaarrekening splitst wel uit dat € 76,2 miljoen naar spelers ging, tegen € 67,3 miljoen vorig jaar, en € 18,4 miljoen naar de technische en medische staf. Maar welk deel daarvan premie was, staat er niet.
Dat valt op, want juist in een Champions League-jaar is de premiecomponent interessant. Ajax verklaart de hogere salariskosten zelf met het spelen in de Champions League. En de hele strategie leunt op flexibilisering: volgens de continuïteitsparagraaf worden spelerscontracten “nog flexibeler” ingericht.
Het cijfer waarmee je die flexibiliteit kunt meten, is precies het cijfer dat verdwenen is.
5. 1,6 miljoen aan huursommen, maar van wie?
Onder de indirecte wedstrijdbaten meldt Ajax € 1,6 miljoen aan vergoedingen voor verhuurde spelers, tegen € 2,4 miljoen vorig jaar. In de media is nooit een huursom gemeld.
Verhuurd waren Gastón Ávila, Branco van den Boomen, Chuba Akpom, Sivert Mannsverk, Ahmetcan Kaplan en Amourricho van Axel Dongen. De financiële situatie van de huurders en de constructies van de verhuur maken Akpom en Kaplan de meest waarschijnlijke kandidaten. Bij de anderen ligt een substantiële huursom minder voor de hand.
Het bedrag is klein, maar het laat zien dat huurconstructies meer opleveren dan de media melden.
6. Sponsoring: vlak op papier, lager in werkelijkheid
De partnershipsomzet ging van € 42,46 naar € 42,54 miljoen, dus nominaal licht omhoog. Daaronder gebeuren twee dingen.
Ten eerste valt de cateringafdracht van de Johan Cruijff ArenA vanaf dit jaar onder partnerships. Vorig jaar stond die nog onder overige baten, en die post daalde van € 5,5 naar € 3,7 miljoen.
Ten tweede groeiden de internationale samenwerkingen, de nieuwe partnerclubs, van 5,5% naar 6,2% van de partnershipsomzet. Vrij vertaald; in 2024/25 leverden de samenwerkingen met clubs uit de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Japan, Mexico, Brazilië en Italië zo’n 2,3 miljoen op. In 2025/26 kwamen daar Oostenrijk en Oezbekistan (en een trainingskamp in Griekenland) bij, met in totaal zo’n € 2,6 miljoen opbrengst.
Haal je de catering en internationale partnerships eruit, dan zijn de sponsorinkomsten in de klassieke zin per saldo gedaald. Van € 40,1 miljoen naar € 38,5 miljoen.
Onderdeel ervan is dat de bijdrage van de shirtsponsors aantoonbaar omlaag ging, van € 15,3 naar € 14,6 miljoen. En dat in een Champions League-seizoen.
Voor 2026/27 wordt het niet makkelijker. Ziggo verlengt het hoofdsponsorcontract niet, dat per 1 juli 2027 afloopt. De RvC schrijft de werving van een opvolger te volgen.
Wie wordt de opvolger van Ziggo?
Wordt het een typisch Amsterdams merk: KLM, Heineken, Kesbeke of FEBO. Gaan de nieuwe commissarissen een rol spelen met ID&T of Kroonenberg Groep? Of een cryptobedrijf, Thuisbezorgd of Basic-Fit, of een Chinees merk? Het is een verrassend lastige vraag, met vele criteria die door allerlei opties (zoals die hierboven) een streep kunnen zetten. Lees er meer over:
7. Ajax factort, en dat is deels te schatten
Factoring betekent dat een club toekomstige transferbetalingen nu al verkoopt aan een financier, tegen een korting. De jaarrekening noemt het expliciet als een van de maatregelen om de liquiditeit te versterken (meer “cash op de rekening”), naast een bankfaciliteit en het verkopen van de beleggingen. Een bedrag noemt Ajax niet, maar er zijn drie aanknopingspunten.
De kosten. De “overige rentelasten” stegen van € 1,5 naar € 2,7 miljoen. Die post bestaat volgens de toelichting “met name” uit factoringskosten en de bereidstellingskosten van de kredietfaciliteit. Die faciliteit is nog volledig onbenut.
De snelheid. Van de € 73,8 miljoen aan kortlopende transfervorderingen was vóór 1 september al € 57,3 miljoen binnen.
De garanties. Voor € 32,9 miljoen aan uitgestelde betalingen zijn garanties van “een derde partij” ontvangen.
Een grove schatting: stel dat zo’n € 2 miljoen van die rentelasten factoring is, bij een korting van enkele procenten per jaar. Dan gaat het om een gefactord volume in de orde van € 30 à 50 miljoen. Let wel: een hele grove aanname die niet bevestigd is.
De context maakt het relevant. De liquide middelen daalden naar € 26,7 miljoen en de vrije kasstroom was € -6,1 miljoen. Wie geld naar voren haalt, heeft het nu nodig, of wil het nu kunnen uitgeven.
8. Een kleine meevaller in de RvC
Na alle wisselingen in de Raad van Commissarissen is er één onverwacht voordeel: een lagere rekening. Een commissaris ontvangt € 25.000 per jaar. De voorzitter krijgt daar € 10.000 bovenop en de voetbalcommissaris € 20.000. Met zes leden die het hele jaar dienen, zou dat € 180.000 zijn.
Verantwoord is € 136.000, tegen € 171.000 een jaar eerder. Dat scheelt ruim € 40.000 ten opzichte van een volle bezetting. Het is een klein bedrag, maar wel een zichtbaar gevolg van de bestuurlijke onrust.
9. De directie is 100% man, en dat moet veranderen
Ajax “behoudt de doelstelling” dat per 1 juli 2028 minstens 33% van de statutaire directie vrouw is. Eind van het boekjaar voldeed Ajax daar niet aan. Ook de titulaire directie is 100% man. Bij nieuwe aanstellingen wordt de doelstelling “meegewogen”, aldus het verslag.
De contractdata maken de puzzel concreet. Geelen loopt af op 30 juni 2027, Cruijff op 30 juni 2028 en Baboeram Panday bij de AVA van 2028, dus pas in november, ná de streefdatum. In een statutaire directie van drie is 33% precies één zetel. Die zetel komt dus vrij bij Geelen of bij Cruijff.
Een vrouwelijke technisch directeur lijkt minder waarschijnlijk en een hele gewaagde keuze voor Ajax (naast dat het zou betekenen dat Cruijff vertrokken is). Dan ligt een vrouwelijke opvolger van Geelen als algemeen directeur het meest voor de hand; Daphne Koster wellicht?
Of Ajax schuift de functies nog eens om, bijvoorbeeld met een vrouwelijke financieel directeur. Net “te laat”, maar misschien het meest geaccepteerd.
Voor de RvC ligt de lat op 40%. Daar zitten nu twee vrouwen op zes leden: Anita Coronel en Marry de Gaay Fortman. Stopt Dirk Anbeek, die er vooral voor de continuïteit zat, en wordt hij niet vervangen, dan is het twee op vijf. Dan haalt de RvC het doel precies.
10. Vier vetgedrukte woorden
In de lopende tekst van het hele verslag staan maar vier woorden vetgedrukt, de koppen en inleidingen niet meegerekend. In de paragraaf over financiële duurzaamheid staat: “Tegelijkertijd blijft het totale resultaat afhankelijk van sportieve prestaties, transferontwikkelingen en de verdere realisatie van de ingezette en nog in te zetten kostenmaatregelen.”
Alleen “en nog in te zetten” is vet. In het persbericht en in de vooruitblik ontbreekt die toevoeging. Daar gaat het alleen over de uitvoering van de ingezette besparingen. Ook de continuïteitsparagraaf zegt dat de kostenmaatregelen “het komende seizoen verder doorgevoerd” worden.
Zet dat naast de rest van dit verslag: een technisch directeur met een volle bonus, sponsorinkomsten die onder de oppervlakte dalen, een kas die deels op factoring leunt en een hoofdsponsor die vertrekt. Het verslag lost die spanning niet op, maar het markeert haar letterlijk.





